Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De nian verwijderde zich snel.

Deze samenspraak, welke direct op hem sloeg, was Jan evenmin ontgaan als de voorgaande gesprekken! Een dér officieren in de richting van de ziekenbarak ziende gaan, dacht hij natuurlijk, dat deze de opdracht had gekregen hem namens den prins te gaan ondervragen.

Om geen argwaan te wekken vond de jongen het beter, nu men zich zoo met hem bezig hield, niet afwezig te zijn en daarom snelde hij zoo vlug mogelijk de trap, welk naar de ziekenbarak leidde, af.

Nauwelijks kwam hij daar binnen of de chef-geneesheer, op zijn dagelijksche ronde zijnde, bemerkte hem en zeide :

„Zoo ben jij daar, Otto ? Ik zie met genoegen, dat je weer m orde bent; wees zoo goed en ga naar den prins die je wenscht te spreken '.

„Welke prins", vroeg Jan, voorgevende heel verwonderd te zijn.

Zonder zich eenige moeite te' geven deze vraag te beantwoorden, gelastte de geneesheer een verpleger den jongen matroos naar Zijn Excellentie te brengen.

„Nu ben ik verloren \" dacht Jan.

De jongen nam een onverschillige houding aan.

„Nu, wat kan het mij ook eigenlijk schelen \" zeide hij, „als ze mij doodmaken, dan zal ik mijn arme moeder terugzien "

Enkele minuten later bevond hij zich in het schitterend salon gelegen voor de hut, ingelicht voor Herr von Gloecken Bij zijn binnenkomen zat de militaire attaché voor zijn schrijftafel te schrijven ; hij hief niet eens het hoofd op doch volstond alleen met den man, die Jan. vergezelde' te zeggen :

„Jij kunt wel gaan, ik heb jou niet noodig". De verpleger boog en vertrok.

Alleen gebleven onder vier oogen met den militairen attaché voelde Jan al zijn moed hem ontzinken Hij twijfelde er met aan of zoodra deze hem aankeek, zou hij onmiddellijk in hem, ondanks zijn matrozenpak, den electncien van Buenos-Aires herkennen, den jongen, met wien hi] zoo dikwijls, toen deze aan zijn telefoon werkte' had gesproken.

Sluiten