Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nu en zij hebben een fijn leventje daar gisterenavond bijvoorbeeld, waren zij allemaal stom dronken".

„Néén, maar dat is niet mogelijk", antwoordde Jan, die hardop begon te lachen. „En was mijn meester ook dro-

ken ?" ,

„Jouw meester, net zoo wel als de anderen, wat dacht jij "dan ?" zeide de man, terwijl hij zijn nieuwen vriend met zulk een vriendelijk gebaar op den schouder klopte, dat het scheen, alsof de braspartij van zijn meerderen, waarover hij sprak, ook bij de minderen had plaats gehad en hij nog niet geheel daarvan bekomen was.

De soldaat besloot eindelijk den kolonel von Gloecken op de hoogte te gaan brengen van de aankomst van zijn „bursch" (oppasser). Terwijl Jan op de terugkomst van den man wachtte, keek hij nieuwsgierig om zich heen, ten einde het huis, dat niettegenstaande zijn rustig en bescheiden uiterlijk, den erfgenaam van den Duitschen troon en zijn groote legeraanvoerders herbergde, op te'

nemen. . . ,

-„Oh !" dacht hij bij zichzelf. „Ik moet er iets op vinden, nu"ik dit hol gevonden heb om het Graveson te wijzen".

Terwijl hij naar een middel zocht om zijn droom te verwezenlijken, keerde zijn vriend, de soldaat, nog meer opgewonden dan daarnet, lachend terug. Hij vroeg den jongen hem te volgen, daar hij hem naar zijn meester zou geleiden.

Blij Tolbach terug te zullen zien en verlangend te vernemen hoe diens ontmoeting met de verschillende militairen afgeloopen was, haastte de jongen zich zijn gids te volgen.

Deze bracht hem door een menigte gangen m een groote onderaardsche zaal, welke blijkbaar beurtehngs voor raadzaal en eetzaal gebruikt werd. Hier kwamen de verschillende telefoondraden te zamen, maar op een geheel andere wijze dan dit op het kasteel te Seigneulles het geval was, daar deze hier geheel onder den grond hepen.

Toen Jan de zaal binnentrad, zag hij vijf of zes officieren, gezeten in rieten fauteuils, rookende en bier drinkende. Op de tafel, te midden van glazen, flesschen en schalen,

Sluiten