Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

)

verlegen blik naar zijn meerdere werpende, „dan heb ik er in het geheel geen bezwaar tegen".

De valsche kolonel keek een oogenblik van zijn courant op en zeide : r

„Daat den jongen maar werken kapitein, ik heb hem op het oogenbhk niet noodig en iedereen moet werken om ons vaderland de overwinning te bezorgen".';v

vielen twee granaten midden in den troep.

„Tot Uw orders, Excellentie I zeide de kapitein, verheugd, dat deze kwestie hier mede geregeld was en hij haastte zich verder door te gaan met zich te scheren.

Jan opgetogen, dat de hst tot zoover gelukt was, stond in één sprong bij de paarden ea greep hen bij de teugels. In de voering van zijn muts, had hij heel handig den platten grond, dien Tolbach voor hem had gemaakt, verborgen. Zoodoende kon hij dezen raadplegen, zonder dat, degenen die hem bij het werken zouden willen nagaan, dit konden bemerken.

Sluiten