Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„In dien tijd kwamen de Duitschers bij massa's uit hun kazernes in hun grijze uniformen, waarvan de kleur overeenkwam met die van den grond der loopgraven, waarin zij zouden verdwijnen en waartegen zij niet zouden kunnen afsteken,

„Aan dezen kant dus geen drang naar hoogere dingen, doch slechts voorzichtigheid en organisatie; dat alles wijst op het Duitsch karakter".

„U heeft gelijk", viel de jongen hem in de rede.

„Wacht toch", hernam Tolbach, „je ^ult nog meer hooren".

Wijzer geworden door de harde lessen der ervaring gingen de Franschen toen hun schitterende uiiformen veranderen. Zij wilden die van hen, die, dank zij hun voorbereiding, hen hadden weten te overwinnen, nabootsen, maar zij konden nog niet besluiten, zooals de anderen, een sombere, aardachtige, leelijke kleur te kiezjen, om de eenvoudige reden, dat deze te veel zekerheid gaf.

Welke kleur, denk je, dat zij aannamen ? Het hemelsch blauw. Zij verlangden toch nog wat schoonheid, iets wat op een hoogeren drang geleek, iets van den hemel zelf in hun voorzichtigheid".

Een haastigen blik werpende op de pendule, deed Tolbach zien, dat hij op het oogenbhk iets anders te doen had, dan zich aan een dergelijke wijsgeerige beschouwing over te geven en hij verwijderde zich snel, terwijl hij Jan toeriep :

„Tot straks.... Wacht op mij en ga niet weg, want ik zal je dadelijk wel noodig hebben".

Men kan zich voorstellen, dat de jongen er geen oogenbhk aan dacht, deze order niet op te volgen.

Het geheim, dat hem zooeven ontvouwd was geworden, was voldoende, hem zijn vroeger enthousiasme eng oed humeur terug te geven.

Toen hij dan ook terugging naar het lokaal, waar de andere officiersoppassers vereenigd waren, bemerkten dezen dadelijk aan den trek van voldoening, welke over zijn gelaat lag en zijn lichten opgewekten gang, die een sterke tegenstelling vormden met zijn trieste houding van de

Sluiten