Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou het. woord tot hem te richten. Toen hij zich ervan overtuigd had, dat zij ver genoeg van de soldaten der wacht verwijderd waren, zoodat de onderofficier hun gesprek niet zou kunnen hooren, oordeelde Tolbach het geschikte oogenbhk gekomen, zijn metgezel zijn bedoehngen mede te deelen".

„Ik zal je hier achterlaten bij den ingang van de grot'y, zeide hij, „de telefoon en de batterijen moeten achter dezen pilaar begraven worden".

Met den vinger wees de geleerde den jongen op een der steenen zuilen, welke zich dicht bij dèn ingang bevonden.

„Best", zeide Jan, „maar wat moet ik daarna doen ?"

Den hoorn van de telefoon aan je oor nemen zonder dat de soldaten der wacht dit bemerken en antwoorden op de vragen, die ik je zal doen, terwijl ik den draad langs den grond leg. Het is mijn bedoehng dezen draad te leiden tot aan de Fransche linies. Je moet mij op de hoogte houden van wat hier gedurende mijn afwezigheid voorvalt, troepenbewegingen en zoo voort, zoodat ik de Franschen kan inlichten".

„Begrepen", zeide de jongen.

Tolbach ging voort met nauwkeurig alle boeken en gaatjes van de grot op te nemen, opdat geen enkele bijzonderheid aan zijn doordringend oog zou kunnen ontgaan en vervolgde :

„Dat zal geen gemakkelijk werk voor je zijn en heel wat moeite kosten. Je moet, ik herhaal het nog eens, geen oogenbhk met je oor van de telefoon af zijn en er vooral voor zorgen, dat de soldaten er niets van bemerken. Je hebt mij dus goed begrepen ?" drong de geleerde aan en terwijl hij op ieder woord den nadruk legde, zeide hij nogmaals : „zonder dat zij er iets van bemerken".

„Zonder dat zij er iets van bemerken", herhaalde Jan, „dat heb ik goed begrepen ; maar waar is nu de hoorn van de telefoon ?"

„Die is ook ingegraven, maar wanneer je hier aan den voet van den pilaar gaat liggen, kun je net je oor erop leggen".

Sluiten