Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jan's eigenliefde was niet weinig gestreeld bij de gedachte dat ook hij, al was 't slechts op bescheiden wijze, een rol hierin gespeeld had.

Oh ! wat ben ik blij", riep hij uit, „dat ik, door nauw-^ keurig Uw orders op te volgen, U van dienst heb kunnen zijn ! Ook ik heb moeilijkheden ondervonden met het telefoneeren. Hadden die flesschen daar geen uitkomst gebracht, dan zou ik ongetwijfeld dat niet hebben kunnen doen".

Op zijn beurt vertelde de jongen zijn meester uitvoerig, wat er gedurende zijn afwezigheid bij de wacht plaats gehad had. Hij sprak van den angst, dien hij doorstaaft had, toen hij den Duitschen soldaat op zijn telefoon vond liggen en van zijn wanhopige pogingen om hem daar vandaan te krijgen.

„Oh !" riep Tolbach lachend uit. „Nu begrijp ik de uitroepen „Mein Gott", die de kolonel aan de telefoon hoorde Je afwezigheid was mij bijna duur te staan gekomen ! Gelukkig, dat alles nog goed verloopen is".

Nadat zij elkander geheel op de hoogte gebracht hadden van wat er voorgevallen was, nam Tolbach het woord :

„Mijn beste jongen", zeide hij ernstig, „ik mag je niet verhelen, dat onze ondernenhng van hedenavond buitengewoon belangrijk is".

„Nu, dat,zou ik denken", antwoordde de jongen.

„Wij moeten ons op alles voorbereiden", ging de gelerede voort, „zelfs op de mogelijkheid, dat ik kom te vallen".

„Als U sterft, Patroon", zeide hij, „dan zal ook ik den dood vinden".

„Men kan nooit weten", ging Tolbach voort; „maar als ik onverhoopt bij deze onderneming den dood mocht vinden, dan wil ik hebben, dat je weet, wat je na mijn heengaan te doen hebt".

De jongen wilde zijn meester met tegenspreken maar antwoordde hem, dat dood of levend, hij niets liever wenschte dan hem bhndehngs te gehoorzamen.

„Ik ben verantwoordelijk voor je leven, beste jongen, en ik wil niets hever dan te weten, dat jij naar Frankrijk terug kunt keeren, om naar je moeder te gaan, zelfs wanneer ik er niet meer zal zijn ".

Sluiten