Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opgetogen bij het zien van deze uitrusting nam Jan stil zijn plaats haast den chauffeur in.

Op het oogenbhk, dat Tolbaeh instapte hoorde hij den generaal zeggen :

„Veel succes, kolonel, Z.M. de Keizer is sinds gisteren op de hoogte gebracht van Uw schitterend gedrag en van de toewijding, waarvan U het bewijs geeft, door zelf het bevel over deze expeditie te nemen.... God zij met U".

„En met onze dappere soldaten", voegde Tolbach er ernstig aan toe, terwijl hij den generaal en de hem begeleidende officieren de hand drukte.

Daarna op het oogenbhk, dat de automobiel op het punt stond te vertrekken, zich naar den generaal toebuigende, fluisterde hij dezen in het oor :

„Ik hoop, dat de troepen van Z. M. morgen het eerste verdedigingsfort van Verdun zullen bezetten".

Met het oog op den chauffeur kon Jan gedurende den geheelen rit geen enkel woord met zijn meester wisselen. Deze had echter ongemerkt door twee stooten in zijn rug hem beduid, dat alles goed ging.

Had hij overigens niet gehoord, wat de generaal gezegd had? De expeditie was voor denzelfden nacht vastgesteld juist zooals die duivelsche Tolbach dat wilde.

Bij deze gedachte kon Jan zijn ongeduld haast niet verbergen. Plotseling echter schoot hem iets verschrikkelijks te binnen. Zou Tolbach hem mee kunnen nemen ? Zou hij deel uit kunnen maken van deze expeditie naar de Fransche linies ?

Hij was geen soldaat, hij was de oppasser van den kolonel, dus een bediende en hij wist, dat de officieren nooit hun oppassers mee ten strijde namen. Hij stelde zich echter gerust, toen hij aan de handigheid van zijn meester dacht.

Deze had toch sinds hij bij het leger was zich een buitengewone macht weten te verwerven en ook ditmaal zou het hém waarschijnlijk wel gelukken er iets op te vinden, zoodat Jan mede zou kunnen gaan.

Het zou toch al te gek zijn, wanneer Tolbach alleen naar de Franschen ging. Wie weet of deze gelegenheid niet de

Sluiten