Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn een menigte rails opgestapeld, terwijl eveneens een twintigtal kleine wagens aanwezig zijn.

Jan begrijpt onmiddellijk, dat de Duitschers van plan zijn den troep te laten volgen door een peloton geniesoldaten die achter hem aan een spoorweg zullen aanleggen, die gebruikt zal worden voor zijn proviandeering.

Alles scheen dus voorbereid te zijn met dezelfde zorg als waarmede de Duitschers al hun expedities Uitrusten.

„Aan alles hebben ze gedacht", zeide Jan ironisch tot zichzelf, „maar aan ons niet".

En met wélgevallen die menigte zwijgend wachtende soldaten opnemende, dacht hij : -

„Al die mannen zullen binnen eenige uren dood zijn, begraven in de onderaardsche gang".

Maar de automobiel stond stil en langzaam stap te .Tolbach uit. Voordat echter de officieren hem hadden kunnen naderen, was Jan op hem toegeloopen en schijnbaar het portier voor hem openende, mompelde hij halfluid :

„Gaat alles góed ?"

„Ja zeker".

„U zult mij toch meenemen ?"

„Natuurlijk", zeide de valsche kolonel, die geen tijd had meer te zeggen, daar de officieren salueerende op hem, afkwamen, in afwachting van zijn bevelen.

Deze werden kortaf gegeven.

„Wij vertrekken om 2 uur in gelederen van vier. Aan het hoofd twaalf geniesoldaten met bijlen en houweelen om op bepaalde nauwe plaatsen den weg te kunnen banen. Per compagnie een man met een acetyleenlamp. Er mag niet gesproken of het minste gehiid gemaakt worden. Om vier uur in den morgen zullen wij aanvallen. De Pruisen gaan aan het hoofd. Dat is alles, mijne Heeren, dank U !... ."

De officieren salueerden en iedereen begaf zich naar zijn post om de gegeven bevelen, ten uitvoer te brengen.

De valsche kolonel gevolgd door twee majoors trad de grot binnen en zichzelf op een veldbed werpende, zeide hij : ♦ .

„Mijne Heeren, ik ben moe en zal binnenkort al mijn

Sluiten