Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een twintigtal soldaten, die hun koelbloedigheid hadden weten te bewaren, ontdekten een gang, de eenige, die nog open was: het was die, welke uitkwam op de Fransche linies. Zij snelden daarheen en de geheele troep volgde hen.

Eén voor één ontvluchtten de mannen zoo vlug mogelijk deze hel. Toen echter hoorde men het knetteren der mitrailleuses en het fluiten der 75 c.M. granaten. Een ware regen van kogels kwam op deze menschenmassa neer.

Weer bègon het gehuil en het gekerm, maar geleidelijk , verstomde dit, naar mate de lijken zich op den grond ophoopten. Eenige gasbommen kwamen het werk voltooien.

In minder dan een half uur was de belofte van Tolbach bewaarheid geworden. De onderaardsche gang was het graf van twee duizend Duitschers geworden. Alleen de weinige soldaten,, verlaat door het weigeren der lamp, waren gered, daar de rots hen belet had verder te gaan en zij dus zoodoende verhinderd waren geworden de slachting tegemoet te gaan. WÊm

Onder hen bevond zich, zooals wij weten, Jan Robin, die nu weliswaar aan den dood ontkomen was, maar die voortaan geheel alleen bij de Duitschers zou zijn.

Wat Tolbach betrof, deze moest zeker ergens in de gang zijn, dood of vermorzeld door de lijken van dé Duitschers, die hij had gedood; of misschien gevallen door een Franschen kogel.

Toen eenige uren later de Fransche kapitein, die in het vorige hoofdstuk,met den geleerde mee was gegaan naar den ingang van het onderaardsch gewelf, kwam om de uitwerking van zijn mijn en kanonnen in oogenschouw te nemen, zag hij die stapels lijken en zeidé :

„Alles is goed gegaan !.... Geen enkele is ontkomen !"

„Dus", vroeg een officier, „de deserteur van gisteren heeft zijn woord gehouden ?"

„Ja", antwoordde de kapitein. „Waarschijnlijk bevindt

hij zich ook daarbij Indien dat zoo is, Mijne Heeren,

laten wij hem dan in naam van Frankrijk dank zeggen".

Sluiten