Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zonder iemand ontmoet te hebben, ging hij voorbij het magazijn van de gasbommen, maar voor de bergruimte van de mijnen gekomen, moest hij plotseling blijven staan.

Hier waren eenige mannen bezig, voorzichtig een wagentje te laden met grijsachtige voorwerpen die op groote meloenen geleken. De jongen vond het niet noodig, zich te laten zien en bleef onbeweeglijk achter de grfjze deur staan.

Vanuit het binnenste der ruimte hoorde hij stemmen. Een der.werklieden zeide brommend tot den andere :

„Wees voorzichtig met die dingen, Branz, oude jongen, die mijnen zijn alle geladen, weet je, en als je per ongeluk op het slagpennetje drukt, lpopen wij kans, allemaal in de ducht te vliegen".

„Wat zou dat verschrikkehjk zijn !"

„Verbeeldt je eens, dat een Franschman 'hier was, hij zou mooi werk kunnen doen. Brrrr ! Ik word er koud van, als ik er aan denk".

En de man lachte luidkeels:

Jan hield zijn adem in, terwijl hij achter de deur verborgen stond. Waarop wachtte hij toch ? Hij zou zelf hierop geen antwoord hebben kunnen geven, maar hij wachtte op die eene vluchtige kans, welke handige menschen weten te grijpen, wanneer deze zich voordoet.

Vóór hem, op geen armlengte afstand, bvond zich de wagen, beladen met mijnen.

Een mijn was het juist wat hij noodig had om zijn geraffineerd en goed in elkaar gezet plan ten uitvoer te brengen.

Hij behoefde slechts zijn arm uit te strekken, om er een te grijpen, die zooals de meesterknecht gezegd had, boyendien geheel geladen was. Maar zij zouden ongetwijfeld wel zorgvuldig geteld zijn, men zou natuurlijk dadelijk bemerken, dat er een weg was en dan zou alles in duigen vallen. ,

\Gaat eens kijken, hoeveel of wij er reeds hebben, Frantz hernam de stem van den meesterknecht uit den kelder.

Op die woorden, die zoo klaar als de dag waren, namj an vlug een der mijnen weg en plaatste deze in zijn gereed-

Sluiten