Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LIESBET H.

't Is de eerste morgen van den nieuwen schoolcursus.

De moeders komen hun kleintjes brengen. Ze zijn ter eere van de plechtige gebeurtenis netjes gewasschen en gekamd en in de beste plunje gestoken.

,Ja juffrouw, Henricus Theodorus, maar wij zeggen altijd maar Harrie. Kom jonge, zeg de juffrouw dris gedag. Nee, met je mooie handje!"

Zoo maak ik kennis met m'n drie dozijn nieuwe leerlingen en ik krijg een eerste blik uit hun kinderkijkers. Och, wat een verschil al in dien eersten blik! Ik zie verlegen, nieuwsgierige, brutale, zachte fluweelen, rustig verstandige, ook stugge onvriendelijke, zelfs onverschillige kijkers en helaas heel veel fletse ziekelijke; maar de vroolijke, guitige zijn er toch ook altijd bij.

Ik wijs ieder nieuwelingetje voorloopig z'n plaats aan en luister geduldig naar de vermaningen der moeders. Of ik Jopie vooral niet op de tocht zal laten zitten, want 't schaap hoest z'n eige alle nachte kepot, en of Wimpie wel dalek naar achter mag, astie drom vraagt, want hij is zoo zwak op 'twater. Ook vroolijker gesprekken: ,Ja juffrouw, da's nou Marietje, 't zusje van Jan en Sientje, die ook bij u in de klas hebben gezeten. Nou, u zal van haar ook niet veel last hebben, ze is een zoete meid, niewaar Marie?" En 'tkind kijkt je met blij vertrouwen aan, ze kent je al lang, er is thuis al over gepraat, dat ze de juffrouw van Jan en Sientje krijgt.

Sluiten