Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerste woorden geraakte hij weer onder de betoovering van de muziek en zong zonder de minste verlegenheid verder.

'k Geloof, dat ook de klas merkte, dat 't „mooi" was. Ze luisterden aandachtig, mij af en toe eens aankijkend, als om te vragen, of ik 't ook mooi vond. Nergens zag ik ook maar een zweem van spot, dat die lange jongen daar met zoo'n ernst zulk een kinderachtig liedje stond te zingen. .

Wat mijzelf betrof, 'k was met mijn gedachten plotseling verplaatst in de Groote Dom te Keulen. Jaren geleden had ik daar den dienst eens bijgewoond en was in extase geraakt bij 't plotseling invallen van 't jongenskoor. Die zuivere, hooge jongensstemmen, met hun eigenaardig schel timbre, nu hoordé ik ze weer. En met volle teugen genoot ik van 't gezang van mijn „koorknaap", zooals ik hem meteen in gedachten doopte.

Nog ben ik niet aan het eind met m'n loftuitingen op Piet.

Al heel gauw merkte ik, dat de jongen voor alles, behalve dan voor leeren, uitstekend bruikbaar was.

Voor schooltijd begon het:

„Piet, kun jij eens een plaat voor me opzoeken?" Dan glom z'n heele gezicht al.

„Dan moet je eerst naar den meester van de elfde klas gaan, die weet je toch wel te vinden?"

Een stomme hoofdknik, vol ongeduld.

„En daar vraag je den sleutel van de platenkist, die hiernaast op het portaal staat. En dan moet er een plaat in wezen, met een ooievaar, die op zijn nest staat; en een andere ooievaar vliegt door de lucht. Kun je 't goed onthouden?"

Weg was hij al, om na een paar minuten triomfantelijk met de bedoelde plaat terug te komen.

Sluiten