Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar opeens klonk van Elsje's plaats een luide uitroep, haast een schreeuw:

„Nee meneer, nee, nee!"

Heftig schudde zij het hoofdje, keek den grooten man woedend aan. Toen zochten haar oogjes mij, en daarbij werd haar blik zacht en smeekend:

„Nee, he juffrouw?"

En toen ik niets anders wist te doen, dan enkel maar zachtjes van ja te knikken, toen wierp ze zich voorover op haar bank en begroef het hoofd in beide handen onder luid geschrei.

Nu is schreien altijd aanstekelijk. Ik weet zeker, dat er r zonder Elsje geen traan vergoten zou zijn. Maar nu ze haar zoo erbarmelijk hoorden huilen, werden de gevoeligsten onder mijn meisjes toch ook een beetje aangedaan. Zeker vonden ze het, nu ze er goed over nadachten, toch eigenlijk ook wel heel erg. En de een na de ander haalde de waterlanders voor den dag en begon een deuntje te schreien.

Jongens huilen niet, en zeker niet, als ze al negen of tien jaar zijn. Dus lachten ze een beetje spottend naar elkaar, om die „flauwe schapen", ma*ar het lachen ging toch niet heelemaal van harte en zelfs zagen bij een paar de oogen bedenkelijk rood.

Het Hoofd stapte de klas uit, het aan mijn beleid overlatend, hoe ik het schreiende troepje weer tot rede zou brengen. Bij de deur knikte hij nog eens, echt voldaan: hij had bloed gezien.

Ik ging voor de klas zitten, zocht mijn overredendste toon uit en begon met ze te praten. Dat ik het ook niet prettig vond, maar dat er niets aan te doen was. En dat ze vast wel een aardige juffrouw terug zouden krijgen, of misschien wel een meester! En als ze me nu die laatste

Sluiten