Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er om. Ja, op 't laatst werd hij er, geloof ik, zelfs trotsch op.

En zoo bleef het Arie-Bombarie. Of liever nog voor 't gemak enkel Bombarie.

Wie nooit voor schooltijd alleen in een leege klas is geweest, kan zich geen voorstelling maken, van het eigenaardige rumoer, dat dan door de open ramen naar binnen dringt. Wij ingewijden kennen het echter zoo goed, dat wij er de fijne nuancen van leeren onderscheiden. Zoo hooren wij b.v. al aan 't leven voor de school, wat voor weer het buiten is. Bij mooi weer zijn de kinderen druk en uitgelaten, bij groote hitte hoor je ze haast niet, dan hangen ze landerig op stoepen of tegen den muur. Bij stortregen ook niet, want dan komen ze zoo laat mogelijk, of schuilen zoo lang in een portiek of onder een afdak, 't Stilst is het, als er ijs in de grachten ligt, dan staan er alleen de heele kleintjes aan moeders hand en hoor je enkel 't zeurige gekles: „Och juffrouw, wat u seit? En sal ik nou is wat segge..." Maar ligt er sneeuw, dan is 't lawaai dubbel sterk, maar 't is een vroolijke, aardige drukte, 't Ergst is de herrie bij stormachtig weer, dan hebben ze den wind in 't hoofd en gillen als dol door elkaar. Dan zuchten we eens tegen elkaar en zeggen: „Hoor je ze? Dat kan weer een dagje worden. Ik zal ze maar dadelijk de pen op den neus zetten."

Natuurlijk is 't rumoer ook grooter op dagen, dat ze bizonder opgewonden zijn: bij prijsuitdeeling, met Sinterklaas, den laatsten dag voor de vacantie, enz. En op gewone dagen kan plotseling fel tumult losbarsten, wanneer iets de gemoederen in beroering brengt. Och, 't hoeft heusch niet zooveel belangrijks te zijn, een kleine vechtpartij is al voldoende. En dan moet een der onderwijzers juist aankomen en de twee schuldigen alvast „mee naar binnen"

Sluiten