Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MIENTJE.

Hij was koloniaal geweest en uit Indië teruggekomen met een stijven arm, een klein pensioentje en een medalje op z'n borst voor 'k weet-niet-hoeveel jaren trouwen dienst. Toen had hij hier een betrekking als kantoorlooper gekregen. En, toen hij zoo tegen de vijftig liep, was de liefde over hem gekomen.

Zij had van haar twaalfde jaar af „gediend", had altijd „deftige diensten" gehad, waar ze netjes werken en respect voor 't gezag had geleerd. Een spaarbankboekje zal ze ook wel gehad hebben. En toen over haar de liefde kwam, was ze al aardig dicht bij de veertig. In elk geval, ze hadden geen van beiden de ouderlijke toestemming meer noodig.

En het eenige pand hunner jonge liefde, Wilhelmina Helena en nog wat (best mogelijk, dat ze haar naar de Koningin genoemd hadden), kwam op een goeien morgen aan Moeders hand m'n klas binnen.

Nog zie ik ze vóór me; 't was ook geen stel, zooals je ze alle dagen tegenkomt. De Moeder liep mank, op een eigenaardige resolute manier. Bij lederen stap zwaaide haar bovenlijf een eind schuin-rechts naar achteren, maar ze kwam evengoed vooruit als een ander en scheen er ook in 't minst geen last van te hebben. Ze droeg een lange, wijde rok, die 't stof van den vloer bij elkaar veegde, een soort ouderwetsche schoudermantel, waarschijnlijk een erfstuk, en een torenhoog kapotje, waarvan de gifjes vroolijk

Sluiten