Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plichtsgevoel.

,Je beat een knappe meid," prees ik. „Maar je hebt ze veel te moeilijk gemaakt. Zoo ver zijn de andere kinderen nog lang niet."

Er kwam een blijde glans op 't smalle gezichtje.

„Nee hoor, sommen hoef je nu verder niet meer te maken. Ik zal je morgen een mooi leesboekje sturen, dan mag je de verhaaltjes lezen en de prentjes kijken. En op je lei moet je dan maar eens wat moois teekenen. Jij zitten blijven? Geen sprake van, ik neem je vast mee over!"

'k Voelde een brok in m'n keel, toen ik de donkere trap weer af stommelde. En met bitterheid zei ik bij mezelf: „Als die tobberd over een week of wat in dr kistje gelegd wordt, dan heeft ze tenminste nog voor haar dood vermenigvuldigsommetjes geleerd."

Want 'k dacht geen oogenblik, dat ze 't er door zou halen.

Maar ik had 't niet goed gezien, 't Leven is soms taai. Toen de lente kwam, knapte Mientje weer op en trouw kwam ze weer eiken dag naar school. Ze was niet meer zoo schuw voor me, dat hadden zeker de ulevelletjes klaar gespeeld. Ze kwam me nu 's morgens eerst goeiendag zeggen, voor ze naar haar plaats ging, en af en toe kreeg ik wel eens een woordje uit haar. Maar verder den heelen dag bleef ze 't feillooze schoolkind, dat nooit praatte, nooit lachte, nooit zat ze te draaien, nooit onoplettend was onder de les.

En dat was een groot gemak. Haar bank werd mijn sanatorium voor onrustige zielen. De ergste babbelkous, de grootste draaitol kalmeerde onder Mientjes invloed. Ze was gewoon niet van het pad der deugd af te krijgen. Vaak heb ik gezien, hoe de verleiding haar besloop, maar nooit zag ik haar wankelen.

Sluiten