Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geduld met 'm hebbe — hier haperde ze even — 'm niet te hard anpakke."

Hem niet te hard aanpakken!

Heel voorzichtig nam ik z'n hoofdje tusschen m'n beide handen en streelde even z'n wangetjes. Ze waren zoo zacht, zoo zacht — nee, wie nog nooit een betooverd prinsje gestreeld heeft, kan zich toch niet voorstellen, hóe zacht die wangetjes waren.

En toen opeens, als het wonder in een sprookje, daar • sloeg hij de sidderende wimpers op en gunde me een enkelen blik in z'n wijde, lichtbruine droomkijkers met de groote schitterende pupillen. En meteen had hij ze ook weer neergeslagen. Maar ik voelde me vreemd ontroerd, alsof ik een groote gift ontvangen had, iets heel geheimzinnigs en heel moois. En toen begreep ik, dat 't geen gewoon proletarenkind was, dat voor me stond, maar een betooverd sprookjesprinsje.

Hij leerde lezen en schrijven en" sommetjes maken, gelijk op met de andere kinderen. Vooral schrijven deed hij allerliefst, fijne puntige letters met beverig-dunne ophaaltjes. Trouwens, alles wat uit z'n handjes kwam, was onberispelijk, de cijfers van z'n sommetjes stonden kaarsrecht onder elkaar en bijna nooit was er een fout in. Wat kon 't me dan schelen, dat hij nauwelijks één rijtje sommen af had, als de meeste kinderen er al vier klaar hadden!

Uit zichzelf praten deed hij nooit; als je hem wat vroeg, kreeg je nauwelijks een gefluisterd woordje terug. Z'n stemmetje kreeg je pas te hooren bij de leesbeurt, want dan moest het. 't Was een hoog, hel geluidje, haast met iets angstigs er in. Maar bij 't zingen — je moest dicht langs z'n bank loopen, want hij deed 't maar heel zachtjes en je moest net doen, of je heelemaal niet op

Sluiten