Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JOPIE.

't Was zoo'n echt „lekker" jongetje. Hij had een lief, rond kopje, een paar guitige, bruine kijkers en een mondje met nog echte baby-tandjes, snoeperig om naar te kijken, vier parelmoeren blokjes boven en beneden met aan weerszijden de dartele puntige hoektandjes. Je zou hem alleen al aan 't lachen maken, om die tandjes te zien te krijgen. Maar veel was daartoe niet noodig, want hij lachte al, als je hem maar aankeek. En een gezellige babbelaar, dat het was! Hij bracht zoo'n genoeglijke sfeer van huiselijkheid in de kille schoolatmosfeer.

Als de kinderen pas op school komen, hebben ze dat haast allemaal. Dan komen ze alles wat ze weten aan de „juffrouw op school" vertellen, en 'tis maar goed, dat de ouders niet booren, wat intimiteiten hun kleuters soms zoo onnoozel, argeloos-weg staan te verklappen. Niet, dat het veel hindert; je lacht er bij jezelf om en 't gaat je 't eene oor in en 't andere weer uit. Trouwens, je hebt ook geen tijd, om al 't gebabbel aan te hooren, daarvoor komen de kinderen per slot niet op school. En zoo rem je zoetjes-aan bun gesnater en na een paar weken heb je een klas gewone schoolkinderen.

Maar bij Jopie was iets van die kinder-ziekte blijven zitten; er ging haast geen dag voorbij, dat hij niet z'n vertrouwelijk babbeltje met me had. Zoo herinner ik me,

Sluiten