Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan is 't al mooi, als ze „hun eigen letter" en „die van Vader en Moeder'' kennen en als ze kunnen tellen tot honderd. Maar vraag je ze: hoeveel is vijf en drie, dan staan ze met den mond vol tanden. En dat is maar gelukkig ook, want op onze volksschool is 't eerste halfjaar gewijd aan de getallen tot 10, in 't tweede brengen ze 't tot twintig, het derde halfjaar leer je ze optellen en aftrekken tot honderd en in 't vierde komen de tafels en de deelsommetjes aan de beurt. Zoo breng je dus volle twee jaar zoek, met wat Steven — 'k merkte na korten tijd met schrik, dat hij waarheid had gesproken — al ten naastenbij wist, toen hij op school kwam.

Met lezen was 't al net zoo: hij kende eenige letters en leerde zich zelf de andere van opschriften, naambordjes, winkel-étalages, of zelfs uit de krant. Wist hij van een woord maar een of twee letters, dan vroeg hij aan z'n zusje b.v. „Wat staat daar?" en vond dan zelf uit, uit welke andere letters het woord bestond. Met die nieuwe letters was hij dan weer in staat, andere woorden te ontcijferen, en zoo hadden al die vreemde figuurtjes in korten tijd voor hem geen geheimen meer. Druk- of schrijf-, gewone of hoofdletters, hij las ze alle met evenveel gemak. En had hij 't moeilijkste woord maar ééns goed aangekeken, dan had hij de spelling ervan ook meteen in zijn schrander brein opgenomen. Zoo verraste hij mij een der eerste weken, toen 'k de klas woordjes op de lei liet schrijven naar eigen keuze, met in plaats van de traditioneele serie: aap, oom, roos enz., een collectie drie- en vier-lettergrepige woorden neer te schrijven, zooals: WETERINGSCHANS, VARKENSSLAGERIJ enz., alle in Hoofd-drukletters! En al die woorden kon hij lezen en hij wist precies waar hij ze had zien staan!

Als men nu weet, dat we in die laagste klassen den

Kinderen uit m'n klas. 7

Sluiten