Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze hief 't ronde kopje op en 't hooge stemmetje zong: „Immy." En 't leek me opeens de liefste naam, die je zoo'n klein blondje geven kunt. Maar blijkbaar vond ze haar antwoord nog niet volledig genoeg en met een vertrouwelijken blik in haar lieve kijkers ging zij verder: „En als 'k heel zoet ben, dan zegt ze Schattepoes."

Wie na een dergelijke confidentie van zoo'n pop haar niet dadelijk een klein plaatsje in z'n hart inruimt, moet toch wel heelemaal van steen wezen, dunkt me.

En zoo zit ze nu al een maand of drie op haar plaatsje in de voorste bank en is m'n dagelijksche vreugde. Als onderwijzeres kan ik 't eigenlijk niet goed praten, dat 'k haar die plaats laat houden, want ze is een van de ordelijkste, rustigste leerlingen en daarbij heel schrander en die hoor je op de achterste banken te zetten, of, als ze daarvoor te klein zijn, dan in een van de buitenste rijen, terwijl je zoo'n daaldersplaatsje vlak vóór je hoort te reserveeren voor den grootsten droomer of den ergsten woelwater. Maar tot nu toe heb 'k nog geen afstand kunnen doen van 't plezier, haar dicht bij me te hebben, want moeder heeft gelijk: als ze zoet is, is ze een schattepoes, en ze is altijd zoet. Ze heeft het natuurlijk aanvallige van een jong poesje, al wat ze zegt, komt er even innemend uit. En ze kan zulke grappige dingen zeggen!

Verleden week stak ze onder 't lezen opeens haar rose vingertje op en verraste me met de verbazingwekkende mededeeling: ,Juffrouw, wij hebben thuis een boek en daar staan al de letters in van hier op school."

Blijkbaar verkeerde ze in de meening, dat die letters een speciale uitvinding van mij zijn en dat ik ze haar en de andere kinderen alleen leer uit tijdverdrijf, om den langen dag op school om te krijgen.

Sluiten