Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet toegeven, meestal wordt er „falsch' afgeteld — en dan beginnen ze weer „over' af te tellen, en soms gaat daar ook 't heele kwartier mee verloren. Verdriet het haar dan al te zeer, dan glipt ze als een aaltje uit den kring en komt haar troost bij mij zoeken. Ze geeft me een arm en begint te babbelen:

„Zal 'k u es wat vertellen ? Gistermiddag mocht ik mee naar boven, om te helpen dekken, en toen was Dokter al thuis. En toen vroeg-ie of ik al mooie liédjes leerde op school. En weet u, wat ik toen voor hem gezongen heb? Van: „Als vogels en bloemetjes slapen gaan." En toen zei hij, dat 't een heel mooi liedje was, en toen mocht ik de mooiste appel van 't dessert uitkiezen."

En als ik haar dan uit haar zonnig wereldje haal met de woorden: „Waarom speel je nu niet met de andere meisjes mee?" dan drukt ze haar kopje tegen m'n arm als een kleine poes en zegt zachtjes: „Och, ze spelen niks aardig vandaag. Eerst mocht Beppie niet meedoen, omdat ze een kapotte schort voor heeft en 't is maar zoo'n klein scheurtje. En nou Saartje ook weer niet, want ze wil haar dropjes niet uitdeelen. Nou, en ze zegt, dat ze 't niet mag van dr moe, want ze zijn voor de hoest en niet om te snoepen, dat kan ze toch niet helpen?"

Van morgen komt ze verrukt binnen huppelen: „Kijk u nou es juffrouw, kijk es, wat ik om heb?"

Om 't blanke halsje droeg ze een fijn zilveren kettinkje, waaraan een glimmend blauw hartje bengelde.

„Kind", zeg ik, „wat een prachtige ketting!"

Ze lacht me beschermend toe. „Dat is geen ketting", zegt ze goedig-ter echt wij zend. „Weet u, hoe dat heet? Dat is een colliertje."

Sluiten