Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebakken met een ui „dr daurhajngesnaje", als er in de „Faaselstraat" een hond is auferraje en toe..." 'k zal u de details maar sparen, als er bij. .. zulke „faane sakmesse faur de rame legge", als — waar zou ik eindigen als ik eens werkelijk een lijst wou opmaken van alles, wat zoo'n jeugdig stadsbewoner merkwaardig genoeg vindt, om er zijn gedachten mee bezig te houden en bovendien kennis van te geven aan z'n medemenschen ?

En nu doe ik nog net, of z'n toehoorders van houten steen waren, in plaats van levende wezens, die toch dagelijks ook hun welen wee hebben en evenmin van hun harteen moordkuil willen maken. En dan, nietwaar, de eene confidentie lokt de andere uit!

't Is het begin van den schooltijd, de kinderen zitten aan hun sommen. Opeens, gegniffel en gelach in den hoek, waar Gaassie zit. Ik kijk op en ontdek z'n linkerschouder en z'n achterhoofd. Hij schudt van de pret en de twee jongens in de bank achter hem, evenzoo. Het heilig boontje naast hem — ik zorgde altijd voor den heiligste der heiligen als z'n buurman — werkt zoet door. »Gijs!"

Dadelijk keert hij zich om, nog stikkend van 't lachen. „Juffrau, ken dat nou? Jen, die saat, dat..."

„Nee Gijs, ik hoef het niet te weten. Aan je werk!"

Gehoorzaam buigt hij zich over z'n sommen, maar ik weet, dat ik hem in 't oog heb te houden. En geen drie minuten later zit hij dan ook weer „omgedraaid."

„Gijs!"

Ditmaal kijkt hij schuldbewust. ,Ja jfrau" en buigt het zondig hoofd opnieuw voorover.

Maar even later zie ik hem met één been uit z'n bank hangen en met een hoogst ernstig gezicht een nieuwen goocheltoer voordoen aan z'n buurlui links van het gangetje.

Sluiten