Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wiens relatie op hoogen prijs wordt gesteld, met de schillenkar een eindje mee mogen rijden behoort tot de zaligste genoegens, den „IJsco-man" een uurtje helpen, tot de hoogste onderscheidingen.

Zoo zou ik kunnen doorgaan en ieder uwer zou m'n lijst kunnen verrijken met teekenende grappige voorbeelden.

Want elk kind, 't zij dom of schrander, stil of uitbundig, gesloten of mededeelzaam, onbeduidend of geestig — verraadt ons nu en dan door een komisch gezegde 't verrukkelijk-origineele van z'n denken en voelen. Een kind, beroofd van dit echt-kinderlijke, kunnen we ons haast niet voorstellen, 't Zou doen denken aan een lente zonder bloemen, aan een vrucht zonder sap, aan een bosch zonder vogels.

,Judith" las ik op de leerplichtkaart. En voor mijn verbeelding rees een Oostersche prinses met trotsche gebaren en een ongenaakbare houding, met amberkleurige huid en Egyptische oogen, gekleed in kleurige zijde en getooid met gouden sieraden en fonkelende juweelen.

„Juist juffrouw, zoo staat ze ingeschreven, maar wij zeggen altijd maar Juudje."

Nog met het beeld van m'n Oostersche prinses voor oogen, richtte m'n blik zich op het bleeke, sjofele kindje in haar groenig-zwarten omslagdoek. En ik was blij om die naamsverandering.

„Ik kom 'r zelf even brengen", ging de vader voort, zich blijkbaar niet heelemaal op z'n gemak voelend in deze omgeving van moeders-met-kinderen. „Want 'r moeder is niet meer zoo erg goed ter been, ziet u, die kan alle dagen numero vier verwachten." En, dadelijk m'n vragenden blik begrijpend, met echte vadertrots: „Ja, zij is de oudste, onder haar heb 'k nog een jongen en een meisje!"

Sluiten