Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jongen, je mooie handje.... he je nou wéér een vuile neus? waar he je je zakdoek dan gelate?. .. Sefietjelwil je hier blijve, mot je valle en je mooie jurk vuil make?... Lewie schop niet zoo tege die steentjes, je stoot je heele schoene stuk!"

Meen niet, dat ze niet van ze hield. Maar haar liefde wist geen andere uiting dan de getrouwe nabootsing van moeders opvoedingssysteem en ze kwam dus niet verder dan tot knibbelen en vitten en een angstvallige zorg voor hun kleeren en schoeisel. En broer en zusje van hun kant? Noch het nerveuze rustelooze jongetje, noch de kleine waggelende dikzak met haar rooie wangen en tintelende pretkijkers trokken zich iets aan van de vermaningen van groote zus Juudje, maar evenmin toonden ze haar eenige aanhankelijkheid, 't Leek me een ondankbaar werk, de educatie van Lewietje en Sefietje, maar toch gaf zij er nooit den moed bij op.

Het voorjaar bracht eenigen welstand in 't gezin: Vader was nou „in de bloeme", zooals Jundje me, niet zonder trots, vertelde. En de bewijzen daarvan ontving ik dan ook spoedig genoeg: Alle voor den handel afgekeurde koopwaar werd grootmoediglijk voor mij bestemd, zoodat van nu af aan m'n lokaal steeds vol stond met verlepte, half-uitgevallen bloemen.

't Was een echte bezoeking. Toch had ik niet het hart, ze weg te gooien, eer ik er met Juudje over geconfereerd had en we samen tot de conclusie waren gekomen, dat het mooie er nu toch wel zoowat af was. En ook probeerde ik maar ieder keer opnieuw een opgetogen gezicht te zetten, als ze weer met zoo'n handjevol slappe geknakte pronkstukken kwan aanzetten. Erkend dient te worden, 't koninklijke gebaar, waarmee ze mij werden aangeboden, maakte veel goed. En bovendien kreeg ik bij

Sluiten