Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iedere bezending een gratis les in de plantkunde op den koop toe.

„Weet u nou, wat dat benne?" vroeg ze dan, met een neerbuigende vriendelijkheid.

,,'k Geloof een soort dubbele narcissen?" giste ik aarzelend, vooruit al bevreesd, dat 'k weer „onvoldoende'' zou halen.

Haar meelijdend glimlachje bevestigde m'n vrees. „Nee", wees ze me terecht, zooals je 't een klein kind doet, dat vraagt, of die rooie dingetjes daar boven in de denneboomen nou geen worteltjes zijn, „nee juffrouw, dat benne prins-augeenejussen 1 En die, dat benne kweenviktorejaa's 1"

Ja, dank zij 't „Geschaft" van haar vader, had ze van veel artikelen verstand. Toen ze eens een klein ventje in verrukking zag over een purperkleurige capsule van een flesch, goot ze koud water op z'n enthousiasme door te beweren, dat „dat geen cent waard" was. Een volgend keer wist ze een andere dreumes, die zich schatrijk waande met een stuk zilverpapier, nauwkeurig in te lichten, dat het geen „echt zilver" was en dat haar vader dat verkocht voor zóóveel centen het kilo. Voor hoeveel centen wist ze ook precies, maar ik ben het tot m'n spijt vergeten.

Op mijn beleid viel ook heel wat aan te merken, vond Juudje. Lieve hemel, wat was ik roekeloos! Ik nam zóó maar een nieuw pijpje krijt, als 't andere nog niet heelemaal op was. In 't begin hadden we zelfs formeel strijd over dit laatste punt. Als zij 's Zaterdags verzuimd had en dus 't blad van haar schrijfboek niet mee had kunnen vol schrijven, verzette zich haar gansche ikheid er tegen, om 's Maandagsochtends op een nieuw blaadje te beginnen en steevast kwam dan haar vingertje omhoog: „Juffrouw, mijn blaadje is nog lang niet vol." Tot ik haar vertelde,

Sluiten