Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noeg van; dan ging gij wat ordentelijker staan om te toonen, dat hij desnoods wel weer naar z'n plaats terug wou — en dan liet ik hem maar weer gaan zitten.

Natuurlijk kwam er op die manier niet heel veel van z'n werk terecht. En, als ik aan die school niet toevallig tusschen 12 en 2 had moeten overblijven, vrees ik, dat ik m'n geweten daar ook niet al te zeer mee had bezwaard. Nu ik echter toch op zijn minst tot half één in de klas bleef, leek het mij nog de natuurlijkste straf ('t was trouwens ook de eenige, die ik voor hem wist te bedenken), hem na twaalven het achterstallige werk te laten inhalen. En werkelijk, 't zij door z'n verlangen naar de vrijheid, 't zij omdat er nu toch geen publiek was, om z'n „branie" te bewonderen, dan werkte hij gedwee achter elkaar door, tot ik hem de rest cadeau deed en hem gaan liet.

En zoo sukkelden we een week of wat met elkaar voort, zonder dat er eenige verandering in ons gedrag merkbaar was. Tot.... nu komt het groote on-paedagogische moment 1

Op een middag had ik als naar gewoonte m'n tafeltje wat opgeruimd, m'n boek klaargelegd en m'n boteram uitgepakt (een boteram met een gekookt ei er tusschen), toen Jan z'n griffel neerlei en me aankondigde, dat hij „klaar" was. Met een hoofdknik riep ik hem bij mij, om z'n sommen na te zien.

„In orde", zei ik. „Nu nog je taalwerk." En liet hem de lei weer wegnemen. Maar op datzelfde oogenblik keek ik toevallig naar hem op.

Men moet zelf een-en-twintig jaar geweest zijn en eens vanaf je 's morgens inderhaast ingepropte boteram-vanacht-uur tot over twaalven gevast hebben, om te weten, hoe lekker en ook hoe doordringend sterk zoo'n boterammet-ei ruikt. M'n eigen geprikkelde reukzenuwen wezen

Sluiten