Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mag 't eerst weer naar z'n plaats".

Nu ben ik in 't geheel geen voorstandster van lange predicaties en uitleggingen aan kinderen. Je hebt er trouwens op school geen tijd voor, maar ze zijn ook absoluut overbodig' Een kind, dat iets doet, wat niet mag, weet het. En als het er zelf op een oogenblik even geen erg op had, dan herinnert het 't zich onmiddellijk weer, zoodra je het aankijkt, of z'n naam noemt. En neem nu het uitzonderingsgeval, dat een kind werkelijk in heilige onwetendheid zondigt, dan is diezelfde blik of dat noemen van z'n naam volkomen voldoende, om het hem te doen b e g r ij p e n. Heusch, kinderen zijn knap genoeg in 't maken van logische gevolgtrekkingen. Zelfs maak ik me sterk, dat zoo'n kind zonder een woord van verdere explicatie met zichzelf door-redeneert: „Zoo, mag dat niet? Waarom dan niet?" en zoo voor zichzelf ook de reden van dit nieuwe verbod vaststelt.

Dit alles neemt echter niet weg, dat je een kind voor z'n eigen gevoel van rechtvaardigheid toch graag even z'n zaak laat verdedigen: „Vertel me toch es, waarom zitten jullie zoo te kribben samen?" Maar bij Engelientje wist ik vooruit, dat ik zóó overstelpt zou worden met „en-toesee-ik"s en „en-toe-see-sij"s, dat ik er dan maar de voorkeur aan gaf, aanklacht en verdediging over te slaan en dadelijk over te gaan tot het uitspreken van het vonnis.

Ja, dat mondje, dat mondje! Met een veertje had je 't open en nog met geen ankerketting snoerde je't weer dicht. „Of ze niet heel voorlijk met praten was geweest?" informeerde ik daarom eens bij haar moeder, toen die me op een middag na vieren opwachtte, om te vragen „hoe ze 't op school maakte."

Maar moeder ging er ernstig op in. „Nee, dat kon ze zich niet meer zoo precies herinneren. Wel met tanden krijgen!"

Sluiten