Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J A S S I E.

Eigenlijk heette hij Eleazar en zoo had de onderwijzeres, bij wie hij 't eerste halfjaar in de klas had gezeten, hem ook genoemd. Maar toen ik hem bij de zittenblijvers kreeg, en van dien langen plechtigen naam op de lijst voor mij naar dat kleine onooglijke kereltje keek, kon'ik mij niet weerhouden, te vragen: „Hoe noemt moeder je eigenlijk?"

Hij werd rood en bleek en begon te hakkelen. Dat deed hij altijd, als hij zenuwachtig of opgewonden was, geen wonder dus nu, zoo'n eersten dag bij een nieuwe juffrouw. „Eel,... Eele... Elejaasr," bracht hij er met veel moeite uit.

„Ja," zei ik, „zoo heet je, dat weet ik wel. Maar noemt moeder je ook zoo, zoo heelemaal voluit?"

Ja — knikte hij stom, met 't hoofd omlaag.

„Weet je wat," zei ik toen, „de dagen zijn tegenwoordig zoo erg kort voor zoo'n langen naam, dan zal ik maar Elie tegen je zeggen."

Nu, daar had hij blijkbaar niets tegen. En zoo bleef het dan ook. Maar een paar dagen later hoorde ik luidkeels over de speelplaats schreeuwen: „Jassie! (eigenlijk riepen ze ,Jessie") kom dan hierau! Je mag majdoene!" En daar kwam hij aanstormen, dolblij dat hij „majdoene" mocht.

Sedert hoorde ik hem geregeld Jassie noemen door de andere kinderen. En op een morgen kwam ook z'n oudste broertje bij me: „Juffrouw, Jassie het vannacht zoo gehoest, dat Moeder hem maar thuis gehouwe het."

Sluiten