Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij was met drie stappen bij de kamerdeur, greep den knop en draaide dien om, terwijl hij meteen een ruk gaf.

— „Au!", riep hij nijdig; hij had twee van zijn vingers ontveld aan den deurknop, die niet eens meer omdraaide. Zijn nieuwe uitbarsting van woede drong ditmaal niet tot de verschrikte huisgenooten door, om de afdoende reden, dat het hoofd van het gezin zijn twee bloedende vingers in den mond had gestoken en daardoor gelukkig de verwensching onverstaanbaar maakte, die hij nu naar de deur slingerde.

Beneden rinkelde hard de buitenbel.

— „De smid!", riep met een soort vreugdekreet de moeder. De twee meisjes zaten beiden zenuwachtig achter haar servetten te snikken na het ongeval, dat aan papa overkomen was bij zijn poging om de deur te openen.

De vader stond een oogenblik verslagen; zijn vingers deden hem pijn. Hij scheen wat minder driftig en ook wat voorzichtiger te zijn geworden. Met opgetrokken wenkbrauwen bekeek hij de deur van boven tot onder; hij keek langs de kieren, hij bekeek de scharnieren, hij bukte zich om den riggel te bekijken. Er was niets te zien aan de deur.

Daar belde de smid ten tweede male. Uit de benedenverdieping klonk geen geluid.

De vader en de moeder keken elkaar aan; ook de twee meisjes keken elkaar over haar servetjes met betraande oogen aan; Tobias keek beurtelings zijn zusters en zijn ouders aan. Iedereen scheen onder den indruk van het ongewone van den toestand.

De vader, als oud-kapitein, als verantwoordelijk gezinshoofd, sprak in deze ernstige omstandigheden een kalm woord; zijn drift scheen hij beteugeld te hebben, hij keek bedachtzaam, het voorhoofd gefronsd, minder den indruk makende, alsof deze vreemde staat van zaken hem beangstigde, dan wel, dat hij den ernst van den toestand koel onder de oogen zag.

— „We zijn opgesloten in ons eigen huis," sprak hij uiterlijk kalm, al hoorden zijn huisgënooten aan den heeschen klank van

Sluiten