Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dus zou hij, evenals zijn vader, wel kans zien, het paneel van de keukendeur in te trappen. Hij liet zich snel langs de trapleuningen omlaag glieren, tot hij in het benedenhuis gekomen was. Hij hoorde niets. Hij tikte' aan de keukendeur.

— „Jawel! . . . Kom maar binnen!" hoorde hij de twee stemmen van de keukenmeid en van het tweede-meisje snibbig antwoorden.

Tobias probeerde den knop om te draaien en de deur open te duwen; hij was niet weinig verbaasd toen de deur zonder moeite open ging.

— „Wat is dat nu?" vroeg hij verwonderd; „en we dachten allemaal, dat jullie in de keuken opgesloten zaten!"

— „Als 'tdat maar was!" bromde de keukenmeid met een nijdige stem.

— „Kom dan meel" drong Tobias aan.

— „Eerst maar kunnen!" zei het tweede-meisje op nijdigen toon.

— „Waarom niet?" vroeg Tobias.

— „We zitten vast aan onze stoelen!" snauwde de keukenmeid.

— „En onze stoelen zitten vast aan den vloer!" snibde het tweede-meisje.

— „Jullie ook al!" kon Tobias niet nalaten uit te roepen. Hij schrok er waarlijk van, omdat het hem deed denken aan

al die akeligheid van gisteren. Maar gelukkig waren hier deze twee dienstmeisjes niet bewegingloos of sprakeloos, gelijk Dr; Stolp in zijn laboratorium, of zooals de H.B.S.-portier bij de kleerenhangers. Zoo kon hij. er dus zijn gedachten bij houden; en zonder zich al te lang te bedenken, had hij het aardappelen-mes van de tafel genomen en sneed in het vierkant den rok van het tweede-meisje los. if

— „Wat 'n zonde van 'tgoeie goed!" riep deze.

— „Vooruit!" beval Tobias op een toon, dién hij slechts van zijn vader kon hebben afgeluisterd.

Dadelijk stond het dienstmeisje op. Maar ze kleurde hevig, toen zij het vierkante gat zag, dat achter in haar rok was gesneden.

Sluiten