Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen dus Tobias eenige malen tevergeefs „Pssst! !" had gefluisterd, gaf hij deze poging op, om de aandacht van poes tot zich te trekken, en begon zachtjes tegen den neus van poes te blazen. Deze kierde nu één oog open om te kijken, van waar de ongewone tocht kwam. Maar zoodra zij bemerkte, dat Tobias haar maar wat tegen den neus stond te blazen, kneep ze het oog weer dicht en hield zich slapend. Tobias stak daarop voorzichtig zijn hand uit, om de poes wat over den rug te kriebelen. Maar deze scheen toch voldoende door de gesloten oogleden te hebben gezien, want in-eens was ze klaar wakker, stond recht op haar pooten, trok een hoogen rug en blies nijdig.

— „Wat doe je toch?", vroeg tegelijk tante Drees en onderbrak aldus ten tweede male haar lange alleenspraak. Maar evenals bij de onderbreking met de twee vliegen, wachtte ook ditmaal tante niet eens het antwoord van haar neefje af, want zij was alweer aan het verder ratelen. Tobias antwoordde dus niets; maar bij zich zelf dacht hij: „Wat heeft dat heest'ndikke staart!", en meteen greep hij er brutaal naar. Poes had echter haar Doot opgetild en een sissenden uitval naar Tobias gedaan; een flinke krab kreeg hij over zijn hand. Zonder verder op Tobias te wachten, sprong poes van de vensterbank omlaag; doch toen ze langs de voeten van tante Drees vloog, scheen ze even verward te raken in het haakwerk van het voetkussen, waarop tantes voeten rustten. De poes miauwde zachtjes, hetgeen evenwel tante's juist nieuw aangevangen verhaal niet vermocht te onderbreken; poes rukte en trok, alsof ze vast zat aan het haakwerk. Toen, met één ruk, trok ze eensklaps het voetkussen onder tante's voeten weg, die daardoor met een onverwachten bons op den vloer neerkwamen. Maar tante praatte ratelend door en scheen niet eens op haar poes te letten, die met wilde sprongen onder de kanapé vluchtte, het zware voetkussen bengelend aan haar, nog allijd van ergernis dik-opgezetteh staart.

Tobias wist niet, of hij zijn oogen zou uitwrijven van verbazing, of moest uitbarsten in lachen!' Hij deed geen van twee,

Sluiten