Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te hebben gelet; trouwens, niet Tobias, maar tante Drees, zijn meesteres, was onafgebroken aan het spreken; en dit scheen den niet op het gezelschap van vreemden gestelden vogel op zijn gemak te brengen.

Doch terwijl tante nog onafgebroken doorpraatte, was nu de aandacht van Tobias, die overigens waarlijk niets kwaads in den zin had, op den papepaai gevallen. Het beest had hij eigenlijk nooit goed van dichtbij bekeken, omdat, als hij met zijn familie bij tante Drees op bezoek kwam, de vogel telkens om nooit verklaarde redenen uit hun gezelschap verwijderd was. Lorre was

een mooie papegaai, met een dracht bonte veeren in zijn langen staart, een hel roode kuif op den kop, en een brutaalkleurig veerenjasje over den gladden romp. Het beest leek zoo meer op een opgezetten vogel dan op een levende, vond Tobias;

hij had zijn oogen stijf dichtgeknepen, alsof hij opzettelijk niet wilde zien, dat er een vreemde in de kamer was. Alleen de harde loodkleurige tong van den vogel, ging zachtjes in zijn krommen bek op-en-neer. „Zou hij kunnen praten?" dacht Tobias; de jongen wist het niet uit ervaring, omdat tante nooit had willen toestaan, dat men haar Lorre zou zien, evenmin, dat hij zijn spreekkunst zou vertoonen. Daarom juist oefende het beest een onbe-

De Geheimzinnige Uitvinding. 6

Sluiten