Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— „... Smeerlap, smeerlap!... Schobbejak, schobbejak 1... Kale jakhals, jakhals!... Zuurpruim, zuurpruim!... Halve gare, gare!... Duivelsjong,duivelsjong!... Schelm,schooier,schurk!!"..

Deze geweldige dracht scheldwoorden schalde daverend door de kamer! Het getier overtrof aanstonds de zachtjes-zeurende stem van tante! Het was of er een ruwe dronken kerel plotseling binnen getuimeld, en daar nu aan het ruziemaken geslagen was!

Tobias was zóó geschrokken, dat hij op zijn beenen stond te beven; maar nergens zag hij iemand in de kamer, en toen begreep hij in-eens, dat Lorre toch wel de menschelijke kunst van spreken verstond.

Tante Drees was volstrekt niet geschrokken; men zou zelfs in het midden kunnen laten, of de scheldpartij van den papegaai haar slechts een oogenblik in haar alleenspraak gestoord had, laat staan die zou hebben kunnen onderbreken. Zelfs praatte ze nog vlugger door; met een angstwekkend snelvuur van woorden hoorde Tobias zijn tante hem een schrobbeering toedienen, maar verstaan deed hij haar niet. Hij hoorde wel haar snellen woordenvloed en hij zag ook wel, dat zij hem bestraffend aankeek, terwijl zelfs haar dikke wijsvinger waarschuwend op-en-neer werd bewogen, maar verstaan deed hij haar standje niet, omdat de papegaai de gewoonte van zijn meesteres scheen overgenomen te hebben, om, wanneer hij eenmaal met spreken was aangevangen, vooreerst daarmee niet weer op te houden.

Tobias stond nog aan den grond genageld bij de kooi, want de schrik zat hem nog in de beenen; zoo moest hij dus van dichtbij dien storm van verwenschingen aanhooren, want Lorre, met genoegelijk open en dicht knijpen van zijn oogschellen, met één poot zelf zijn bonte kopveeren krauwend, radbraakte de ongehoordste taal:

— „Kielhalen moesten ze je!... Een week op het nattestroo!... Éen pak op je donder!... Twaalf slagen met den bullepees!... jou deugniet! jou zeeschuimer! jou schandaal!"...

Tobias stond daar nog in dezelfde houding, met zóó'n schuldig

Sluiten