Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ondervinding, hoe het gaat bij dergelijke gebeurtenissen. Tevergeefs gebruikte hij het onder zulke omstandigheden steeds hulpelooze zinnetje:

— „Ik heb het heusch niet gedaan, meneer!"

De kruidenier verwaardigde zich niet eens, op deze stotterendvoorgedragen verontschuldiging in te gaan.

— „Ga mee!", beval hij, en wees met het blinkende mes naar den overkant van de stille straat, waar het groote gat in zijn fraai beschilderde spiegelruit spookachtig gaapte.

Tobias dacht er niet aan, aan dit strenge bevel niet te gehoorzamen; hij stond bedeesd op, klemde met twee handen den wandelstok tegen zich aan voor het geval, dat hij zijn leven zou moeten verdedigen tegen den zwaar-gewapenden kruidenier, en liep schoorvoetend naar den overkant, op den kruidenierswinkel toe, terwijl vlak achter zijn hielen de snuivende kruidenier stapte.

Tobias herinnerde zich achteraf, hoe hij bij deze Schaamtelïjke gevangenneming en overbrenging naar den winkel, toch nog had kunnen letten op de vernielde ruit; de harde prop, die als hockeybal gediend had, was met kracht midden in het glas terecht gekomen, zoodat de barsten als de draden van een spinweb naar alle richtingen liepen; een groot gat zat er in het midden van de ruit, terwijl de scherven naar binnen waren gevallen en daar nu lagen tusschen de verschillende, zoo smakelijk uitgestalde kruideniersartikelen. Terwijl Tobias naar de gebroken ruit keek, was hem zelfs opgevallen, hoe nu de groote wit-geschilderde letters met het glas verdwenen waren; hij kon slechts nog aan weerskanten van het gat spellen:

CO IBELS EN KO AREN.

hetgeen, ,door de ontbrekende letters, een tweetal woorden vormde, die stellig daar niet zoo bedoeld waren; de overige letters moesten op de scherven in de uitstalkast slingeren, als de dooreenliggende letters van een alphabet.

Sluiten