Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de uitstalkast tegen de ruit had staan bonsen, doch dat nu langzamerhand onaangename woorden scheen te krijgen.

Tobias stond reeds op de stoep. Zonder dat iemand hem weerhield, of zelfs acht op hem sloeg, stapte hij de twee treden af. Kalm wandelde hij de straat in, met rustigen pas, om niet den indruk te wekken, alsof hij eenige haast had; zijns vaders wandelstok, dien hij vooral niet vergeten had, zwaaide hij zelfs parmantig door de lucht.

Zoo kuierde hij de straat uit. Bij de eerste de beste dwarstraat echter meende hij toch, dat de veiligheid hem gebood, links af te slaan, dusdoende zich aan het gezicht onttrekkende.

Op dien straathoek was hem evenwel zijn nieuwsgierigheid toch te machtig; de lust om te weten wat er achter hem gebeurde, kon hij niet onderdrukken. En hij zag daar in de uitstalkast van den winkel in „Comestibles en Koloniale Waren", waarvoor het nu reeds zwart van de menschen stond, hoe de agent van politie den tegenstribbelenden kruidenier stevig bij den kraag had gegrepen.

Sluiten