Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IX.

TOBIAS, DIE ZICH NU BEWUST IS GEWORDEN VAN DE MACHT, WELKE DE KLEEFSTOF HEM SCHENKT, BEGINT GEVAARLIJKE PROEVEN UIT TE HALEN, WELKE NIET ZONDER BEDENKELIJKE GEVOLGEN DREIGEN TE WORDEN, EN GEHEEL AMSTERDAM IN REP EN ROER BRENGEN.

e Kalverstraat was het van een Zaterdagsche drukte. Het was middag en de Beurs was juist uitgegaan. De meeste kooplieden wandelden, zoo zij het eenigszins konden overeen-brengen met den weg naar hun kantoren, door onze goede, kromme, oude, smalle Amsterdamsche hoofdstraat. Doch aangezien het den volgenden dag Zondag zou zijn, was de drukke winkelstraat ook vol met

inkoopen-doende dames. En omdat het Zatermiddag was hadden de scholen vrij, zoodat er ook heel wat jongens en meisjes langs de straat gingen.

In de Kalverstraat gaat het op zoo'n vollen Zaterdagmiddag dan voetje voor voetje. Het lijkt wel een optocht! Er zitten zelfs den heelen middag menschen naar te kijken. De koffiehuizen in het begin van de straat zitten boorde-vol met rustende en drinkende menschen; ieder, die er gezeten is, en vooral degenen, die een goed plaatsje aan de geopende straatramen hebben weten te bemachtigen, blijven langer zitten dan hun moeheid of dorst duurt, om slechts te blijven uitkijken naar dien eindeloozen stroom voorbijgangers, die langzaam, zonder haast, half in koop-, en

Sluiten