Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel een verplaatsbaar bloemperk leek; de twee dochters waren zeer opzichtig gekleed, de een in hel geel, de ander in framboze rood, terwijl beiden groen-garen handschoenen droegen, waarbij ze haar samen twintig vingers angstvallig uitgestrekt hielden; de zoon was in een poenig-geruit sportpakje gestoken, met een te groot hoofddeksel over zijn ooren, een wandelstok met vergulden knop in de hand en glimmende kaplaarzen aan; en het jongste kind eindelijk kon zich moeilijk voorwaarts bewegen, zoo overdadig was het in zijn gesteven jurkje van kant gesloten; één pijp van zijn onderbroekje zakte af, en die was ook van kant.

Deze familie gedroeg zich luidruchtig; de vader sprak met lawaaiige stem; de moeder had gillerige lachbuien; de twee meisjes snibden voortdurend onaardige opmerkingen tegen elkaar; de jongen was drenzig gehumeurd en liep te huilen; het jongste kraaide aanhalig tegen iederen voorbijganger: „da-da!"

Bepaald opvallend was deze familiegroep daarom toch niet in de overdrukke Kalverstraat. Er liepen zoovele menschen; er liepen méér heeren met gekleurde vesten, ook dames met reuzenhoeden, vele nuffige meisjes, ettelijke opgedirkte jongens, en meer schreeuwende kleintjes. Men zou toevallig zijn aandacht op zoo'n familie moeten hebben laten vallen, om er iets bizonders aan te zien.

De vader riep met zijn harde, dikke stem telkens zijn opmer-

Sluiten