Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

luik een in-een-gedrongen gestalte zien hurken. De inspecteur moest echter om het dak heenkruipen, wilde hij daar komen. Hij meende eerst den jongen te moeten overtuigen, dat alle verdere pogingen tot vluchten vruchteloos waren. Aan den rand van het dak staande riep hij dus met zijn vervaarlijke stem:

— „Halt 1"

De in-een-gedrongen gestalte bewoog niet.

— „Kom te voorschijn!", riep de inspecteur.

De jongen bewoog zich nog altijd niet in zijn schuilplaats. Toen haalde de inspecteur zijn revolver uit den zak en den haan koelbloedig overhalend, sprak hij dreigend :

— „Wanneer je niet onmiddellijk voor den dag komt, schiet ik op je!"

Dit scheen te helpen.

De gehurkte figuur achter het dakluik bewoog zich langzaam, kwam overeind, en om het houten luik heen keek een doodsbleek, van angst vertrokken jongensgezicht.

— „Geef je je over ?", vroeg de inspecteur.

— „Ja, meneer", kwam het bevende antwoord.

— „Wacht me daar dan op dat platte dakje!", beval de inspecteur, en hij wees den jongen naar een lager gelegen platje tusschen al dien rommel van huizen en daken, van gevels en schoorsteenen. De jongen volgde gehoorzaam dit bevel op. Hij kroop achter het, oude luik te voorschijn, liet zich op een lager dak zakken, klauterde over den daknok van het daarop volgende huisje en zich aan een schoorsteen vasthoudende klom hij op het platje, dat de inspecteur hem aanwees. Toen de jongen daar, was aangekomen, keek de ander rond, hoe hij er op zijn beurt zou kunnen komen. Met één sprong was hij over de gaping tusschen twee oude muren heen, deed drie stappen over een plat dak en liet zich aan een schoorsteen, die met een houten geraamte omtimmerd was, omlaag zakken, tot op een lager gelegen huis. Hij volgde den rechten daknok, waarover hij handig balanceerend voortwandelde. En zonder zich een oogenblik te bedenken, greep hij

Sluiten