Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grootste ontzetting naar dit allergewoonste, onopvallende hoopje wit poeder.

Zou het zijn tooverkracht nog bezitten? vroeg hij zich af.

Hij keek met jongens-nieuwsgierigheid rond, of er niet het een of ander was, waarop hij een proef kon nemen. Er was echter in het half leege lokaal niets wat de moeite van het kleven waard scheen.

Maar plotseling hoorde Tobias achter zich een zacht geritsel, en een kleine grijze muis zag hij schichtig tusschen de schoolbanken doorwippen. Meteen had Tobias zijn vinger over het hoopje poeder gestreken en zijn hand in de richting van de muis uitgestrekt. Tegelijk zag hij het dier onbeweeglijk als een opgeprikte vlinder tegen het blad van den achtersten lessenaar zitten, vanwaar het zoo juist met een laatsten sprong in zijn holletje achter het behangsel had willen vluchten. Het sierlijke kleine diertje zat daar onbeweeglijk, alsof het niet anders dan een smaakvol nagemaakt inktlapje was. Maar toen Tobias een paar stappen

dichterbij trad — even toch weer verbaasd, over de, telkens raadselachtige uitwerking van de kleefstof — zag hij toch, hoe de groote, ronde oogen van het muisje angstig opengesperd

stonden, alsof het, hoewel schijnbaar levenloos, nu in doodsangst verkeerde, omdat het daar zoo plotseling in zijn vlucht verlamd was, en de jongen het zou gaan grijpen.

Tobias wist genoeg: de kleefstof had niets van zijn macht verloren, al bleek het wel, dat iemand de geweldige krachten van het poeder moest opwekken, eer zijn kleefeigenschappen gaande werden gemaakt.

Wat was dit dan toch voor een geheimzinnig product? dacht weer Tobias, terwijl hij daar bij de aanrechttafel stond en maar niet wist wat hij wel moest doen, om dit handje-vol poeder te doen verdwijnen.

Sluiten