Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet zijn onafscheidelijke pijp van zijn rechterhand naar zijn linker verhuizen, en greep de hartelijk vooruit-gestoken hand. Doch nauwelijks had hij de hand van den directeur aange¬

raakt. Hij liet de hand van den conciërge haastig los, keek naar zijn vijf uitgespreide vingers; voorzichtig bewoog hij beurtelings eiken vinger, kneep de vingers samen tot een vuist, bewoog zijn hand weer lenig op-en-neer.

— „Mijn hand!", riep de verheugde directeur.

— „Wel allemaries, m'neer!", riep de ontstelde conciërge, „uwes hand beweegt weer!"

— „'t Lijkt wel een wonder!", stotterde de directeur, die even verbaasd was over het teruggekeerde spraakvermogen van zijn stommen conciërge, als over het weergekeerde gebruik, dat hij van zijn verstijfde hand kon maken.

Wat was er toch plotseling gebeurd ? De directeur overstelpte den conciërge met vragen. En Brigges, zoo goed en kwaad, als het ging, vertelde den

raakt, of deze slaakte een kreet. Niet van pijn, maar van verrassing. Eensklaps was de ongelukkige, stijve, onbruikbare hand van den H.B.S.-directeur, die hij, zonder er bij te denken, den den conciërge --' had toegestoken, het strakke, harde onbuigzame gevoel kwijt ge-

Sluiten