Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alle drie — zooals dit er wel eenigszins bij behoorde — uit te barsten in tranen, tranen van blijdschap ditmaal I

Op de tweede verdieping, aan den voorkant van het huis was de slaapkamer van Tante Drees gelegen. De trap daarheen was breed; dan lag er een portaaltje, waar een rij bloempotten stond achter een wit hekje van latwerk. Daarachter was het donker. De dienstmeisjes van Tante Drees klaagden wel eens, dat er een muizennest achter lag. Daarom zat de poes er ook gewoonlijk op dit portaaltje te loeren. Maar ditmaal was ze er niet. Tobias, die de trap opging, zag wel hoe een van de voetkussens uit de benedenkamer hier lag. Hij kende de orde in tante's nette huis, en goed gemanierd, gelijk hij zelf was, stak hij een voet uit om het kussen, dat vlak voor het witgelakte hekwerkje lag, weg te schuiven. Hij wist niet, dat het zoo zwaar was; het scheen wel, of het kussen vast zat. Dan hoorde hij een nijdig gesis, en ook zag hij, dat er iets als een dik koord aan het kussen vastzat, dat tusschen twee peilers van het bloempottenhekje verborgen was. Hij stak een hand uit, om aan dit koord te trekken; het was harig en dik. Meteen liet het kussen los en hield hij 'nog alleen het dikke koord in zijn hand. Maar een scherpe pijn voelde Tobias aan zijn hand; tegelijk liet hij het koord los, want twee vurige oogen keken hem uit het donker achter de bloempotten aan en een woedend sissende zwarte kat schoot hem tusschen de .

beenen door, de trap op, de open deur van Tante Drees' slaapkamer binnen.

Tobias schrok slechts even; toen lachte hij zachtjes. Hij had de poes herkend!

Vlug liep hij nu ook de boventrap op, om zachtjes op de teenen het stille vertrek binnen te gaan, waar hij in het schemerlicht

van de kamer het groote ledikant van Tante Drees meende te zien staan, geheel verborgen achter de zware groen-saaien gor-dijnen. Hij tastte met vooruitgestoken handen de kamer rond.

Sluiten