Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teekenboekje; de blaadjes waren weer verfrommeld, met losse ezelsooren, het papier, hier en daar wat vettig, kreukelde weer, het kaftje was weer buigzaam en soepel geworden, — alles tengevolge van de anti-kleefstof.

Toen scheurde Tobias langzaam het ongelukkige boekje in tweeën, en beide helften op elkaar leggend scheurde hij de blaadjes van boven naar beneden nogmaals midden-door.

Inspecteur Speurmans stond nog altijd met zijn strenge oogen, zonder één blik van hem af te wenden, toe te zien, hoe de jongen het boekje vernietigde: hij scheen nog niet tevreden.

En Tobias scheurde de blaadjes nog eens door, en dan nog eens, en nog eens; tot hij niet anders dan een handvol kleine papiersnippers over had.

Hij keek den politie-beambte vragend aan.

Deze had zijn plan reeds gemaakt. Hij wees naar den schoorsteen, waarlangs de jongen zoo juist op het verhoogde platje was geklommen. Er kringelde een fijn rook-spiraaltje uit. Thobias begreep de bedoeling. Hij draaide zich om en stapte op den zwaren schoorsteen toe, waaromheen een houten latwerk was aangebracht, ten dienste van schoorsteenvegers, wanneer zij daarlangs op hun jaarlijksche veegpartij naar boven moeten klauteren. Tobias klom op dezelfde manier naar boven. Hij keek dan achter zich; de inspecteur volgde onafgebroken elk van zijn bewegingen; blijkbaar was hij met dezen jongen nog uiterst op zijn hoede. Hij maakte weer een duidelijk gebaar.

Daarop bracht Tobias zijn hand boven de opening van den schoorsteen, waaruit de rook opsteeg, en liet de snippertjes papier, die hij nog in de hand hield, in het zwarte roetgat omlaag dwarrelen. Dadelijk hadden de papiertjes vlam gevat. En luchtigjes omhoog gedragen door den zwaren rook, dansten de kleine brandende snippers de lucht in, als een vreemde zwerm vlammende vlinders. Zoo dansten ze brandende weg. Eenige oogenblikken duurde het slechts. Want binnen weinige sekonden waren ze reeds opgebrand, verteerd door hun eigen vlam. En als kleine

Sluiten