Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit schrikte hem evenwel niet af.

Hij wist immers, dat Dr. Stolp spring-Ievend was. Hij zag nu weer aan het flikkeren van diens oogen, hoe zijn leeraar volkomen bij zijn bewustzijn was.

En zoo liet hij zich niet afleiden van zijn voornemen, om nu eindelijk dit aller-eerste slachtoffer van de kleefstof te bevrijden.

Echter — hoe moest hij het aanleggen?

De kleefstof zelf bestond niet meer. Maar ook de anti-kleefstof was tegelijk opgelost, zoodat het korreltje, dat den inspecteur Speurmans weer ontstijfd had, het laatste restje was geweest van de anti-kleefstof,

Tobias wist, dat hij niets meer in zijn zakken had zitten.

En toch was hij met geweld hierheen gedreven, al was het dan alleen maar, om tegenover dit ongelukkige slachtoffer, dat tot roerloosheid gedoemd was, doch wel hooren kon, dit alles te biechten.

Doch wat hielp dit? Wat voor hulp zou het Dr. Stolp brengen, wanneer hij den jongen berouwvol diens hart hoorde uitstorten? Wat kon het den onbeweeglijken leeraar schelen, het geheele relaas aan te hooren van al hetgeen er, sedert zijn eigen verstijving, met de kleefstof, zijn beroemde, doch zoo ongelukkige uitvinding, gebeurd was?

Tobias begreep met zijn nuchter jongensverstand wel, dat er slechts één ding was, waarnaar deze, reeds een week roerloos daar ter neer liggende man verlangde: — dat was naar zijn vrijheid!.. Dat er slechts één ding was, waarnaar hij moest liggen te reikhalzen, te popelen, te snakken, onder het uiterlijk mom van onbeweeglijkheid: — dat was naar het verdwijnen van zijn stijfheid, het wijken van die vreeselijke strakheid, het weer levendworden na dezen éénweekschen schijndood I

Maar radeloos stond Tobias voor het bed van Dr. Stolp. Zijn twee broekzakken had hij binnenste-buiten gekeerd; met zijn vingers had hij rond gewroet tot in de diepste diepten van zijn zakken; met zijn handen had hij reeds over het gelaat, het lichaam, de armen en beenen van zijn leeraar gestreken ...

Sluiten