Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij me toch een pak voor zijn rood-broekje, stoer en stevig, echt friesch hoor! „Da's voor den schrik, stoute bengel," zei Papa, „kijk Moeder huilt er van." Dirk huilde mee, en toen werd hij weer gezoend en aangehaald, 't was een heele opschudding. Ja, je beleeft wat, als je op zoo'n eiland zit! Denk toch eens dat Kareltje zoo iets deed: dat hij daar boven aan de wolken hing! Mijn lieve manneke, met zijn aardig lachend bekje. „Ik heb een gat in mijn deken," zei hij gisteravond laat, toen ik me uit stond te kleeden, „een gat in mijn deken. Kijk maar." Zijn voetjes waren bloot geschopt, en ik stopte hem lachend in. Zoo is hij nu altijd! Een echt leuk jong. „Juf, ik geloof dat je nooit boos kan worden," zegt hij, en dat vind ik den hoogsten lof, dien een levenslustig kind aan zijn kinderjuffrouw kan geven.

De broodjes zijn gesmeerd en belegd met allerlei heerlijkheden, in een groote „bollen trommel" geborgen, die we van de bakkersvrouw

Sluiten