Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoetigheid", bromde Piet, „geef maar aan den jongen." Jacob bleek nog niet oud genoeg om een man, die geen zoet lustte, te zijn; hij hield nog van zoetigheid en hij verwaardigde zich, de reep in den scheur te stoppen, die zich tusschen zijn ooren bevond. Hij grinnikte en glunderde daarbij alsof 't hem lief was, dat hij de jongste was.

En heeft niet diezelfde Piet, 's avonds, toen ik met een opengebarsten zak koekjes van den bakker huiswaarts keerde en langs hem stapte, daar hij op ons hek zat te „herkauwen," heeft niet diezelfde Piet, zonder eenige aarzeling, twee koekjes in zijn mond gestopt, en zeide ik toen niet: „Piet, je houdt wel niet van zoetigheid, hier zijn twee koekjes voor je?"

Ja, maar toen was er niemand in de buurt, de wijde stille duinen en wolken waren alleen getuigen van deze, zijne zoete daad, en hoe kon hij vermoeden, dat .ik hem in het openbaar, nog wel in een boek gedrukt, te schande zou maken! Oolijke Piet, je kunt goed luieren, dat

Sluiten