Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een twintig jaren geleden, was deze man in het land gekomen, somber en droefgeestig gestemd. Men kwam te weten, dat Frankrijk zijn vaderland was, dat hij ontzaglijk veel leed had ondervonden, waarover hij zich aan niemand wilde uitlaten, en dat hij eigenlijk 'heette Fahien Roseraie. Voor een geringen prijs had hij het landgoed gekocht, dat door zijn vlijt en énergie een der meest winstgevende was van de geheele republiek.

Bij zijne vestiging „verspaansohte" hij zijn naam en noemde zich Fabian Rosales. Streng, maar rechtvaardig, werd de hacendado, in weerwil van zijn stilzwijgendheid en sti'Ie droefgeestigheid, door zijn ondergeschikten op de handen gedragen. Vijf of zes maanden waren sedert, zijne installatie nauwelijks verloopen, of op zekeren dag werd hij aangesproken door Seri, een jeugdige schoone Indiaansche, die werkzaam was op zijn plantage.

Padrone, zei ze, gij hebt mij voor een zestal jaren geëngageerd en dus, volgens de wetten van het land, het recht mij aan Ip^euden, maar toch kom ik u verzoeken, mij te laten vertrekken.

Vertrekken? waarom wilt gij heengaan, mijn kind?

Omdat zieleleed mij knaagt aan het hart.

Als het niet onbescheiden is, mag ik er de oorzaak van weten?

Zij zag met haar heldere .zwarte kijkers den hacendado in de oogen, en als een echt natuurkind, zonder eenige valsohe schaamte, zei Ze:

De Groote Geest ') heeft mijn hart weggenomen en het u geschonken. Dwaas is het, niet waar, als de dienstmaagd haar oogen durft op te heffen tot den meester. Daarom vraag ik u, mij de vrijheid weer te geven. Ik wil mijn stam weder opzoeken, want de blinden, zegt men, vergeten de sterren, die zij niet meer zien; ik zal wellicht vergeten kunnen als zij!

Zij had de handen voor haren boezem gevouwen en stond in smeekende en berustende houding voor hem. Zwijgend zag Fabian haar aan. Plotseling naderde hij haar.

Jonge dochter, prevelde hij, met het aarzelend stemgeluid van iemand die toegeeft aan een inwendige aandrift, jong meisje, vergetelheid te zoeken bij den aanvang van het leven, is een veeg teeken, naar ik meen. Weldadig is deze alleen voor hen, d'e in rijoer jaren gruwelijk door het ongeluk zijn achtervolgd geweest.

En met een onbeschrijfelijke ontroering, waarbij een vochtige mist op zijn oogleden daalde:

Zou de hemel verlangen, dat ik eindelijk vorgete?

De Indiaansche wierp zich op de knieën. —■ Gij weent, patroon, ben ik er de oorzaak van?

i) Naam dien de Indianen aan de Godheid geven.

Maar hij hief haar op, en zijn gelaat tot haar over buigend, zei. hij:

Neen, droog mijne tranen, Seri. Mogen mijne herinneringen daarmede worden uitgewischt! Ga niet van mij. Het zoet gekweel mijner gedienstige heeft mijn bedroefd hart met nieuw leven bezield. De Groote Geest zendt door uwe oogen het vertroostend licht in de duisternis mijner ziel. Mij geschiede naar zijn barmhartigen wil!

Veertien dagen later trad Fabian Rosales in het huwelijk met de Indiaansche irahue, wier naam in zijn profetische beteekends zooveel zeggen wilde als „blanke dageraad". Drie dochters, Inez, Vera en Anina, waren in den loop der tijden de vrucht dezer vereeniging. Zij verkeerden op dezen tijd in den aanvalEgen leeftijd van achttien, zestien en tien jaren. Alle drie waren ze brunetten, met gouden tint van gelaat, het ouderlijk huis opvroolijkend met hun gezang en dans en kristalzuiveren schaterlach, terwijl zij één dag slechts in de week aan ernstige overwegingen wijdden, den dag, wanneer de hacendado 'hen geleidde naar het einde van het park, waar hij onder een priëel van oranieboomen neerknielde voor den marmeren grafsteen, waarop stond te lezen:

IRAHUE ROSALES. De Qroote-Geest had haar opgedragen, De kalmte weer te schenken aan eene ziel in droefenis Na getrouw hare zending te hebben volbracht, Keerde zij weder tot de schoot van Hem Die haar had gezonden.

Het droevig 'grafschrift sprak de waarheid. Het innigste geluk smakend van in zekeren zin een nieuwen levenskring voor Fabian te hebben geopend, was de kleine Ind'aansche op een avond, zonder eenig voorafgaand teeken, dat haar einde voorspelde, kalm de eeuwige rust ingegaan. Zij was niet meer ontwaakt. Daarmede is alles gezegd, en op haar doodsbed uitgestrekt, speelde een glimlach op haar lief gelaat. Als een vertroostende engel op aarde gezonden, had ze haar wieken ontplooid, om weder te keeren tot de met sterren bezaaide dreven van 'het oneindige zonder de smart eener scheiding te hebben gekend.

Dit was de geschiedenis, althans 'het voor een ieder bekende gedeelte, van den haciendado, die op een prachtigen goudvos gezeten, de Mestiza rondleidde langs zijn domeinen, terwijl deze haren hagelwitten schimmel, waarop zij weleer voor de Kathedraal van Mexico was verschenen, langzaam deed voortstappen.

De wandelaars doorkruisten de velden der reuzen-aloëstruiken, uit het hart waarvan dé pulqueros het sap vergaarden, waarmede de nationale drank werd bereid.

Plotseling gaf Dolora Pacheco, in zichzelf gekeerd, lucht aan haar gedachtenloop.

Saipio Massilia zal nu sedert een maand Mexico hebben verlaten. Waarom is hij nog niet gekomen?

Sluiten