Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Massilia was er nog niet? Weet u dat? zei de blonde reus verbaasd. Wel zeker. Massilia heeft het me zelf gezegd. Wat zégt u, Sir?

Het is toch zoo. Omstandigheden hebben zijn voortgang vertraagd. Op dit oogenblik zal hij wel de landhoeve binnengaan en er met uitbundige vreugde worden ontvangen.

Drommels! Vreemd komt het me voor, dat u, hem ontmoetende, den man hebt laten doorgaan, tenzij hij een sterk geleide mocht gehad hebben.

Och neen. Hij had maar .twee Mayos ind'anen in zijn gevolg.

Dan begrijp ik er niets van.

Het fs toch heel eenvoudig. Je schijnt van politieke combinaties geen kaas te hebben gegeten, mr. Francis Gairon.

De Canadees deed er het zwijgen toe. Sullivan vervolgde:

Je moet weten, man, dat we ons hier bevinden op Mexicaansch territoor; een opMcbting, gewapenderhand, zou diplomatische verwikkelingen ten gevolge hebben. De ..Kampioen*' — met bijtende ironie sprak Sullivan dit woord uit — zou zich hebben teweer gesteld, revolverschoten, de haciënda in oproer, inplaats daarvan —

Ja, inplaats daarvan? ondervroeg de jager nieuwsgierig.

Heb ik Senor Massilia beleefd aangesproken, Senor, zei ik tot hem, te Aguascallenies heeft u mij in een eerffjk tweegevecht gekwetst. Ik kan een nederlaag onmogelijk verkroppen. Ik verlang een revanche.

O, maar, die kunt u ieder oogenblik van mij i krijgen, zei de onnoozele, zeg maar wanneer het gelegen komt om van leer te trekken.

Morgen, bij het aanbreken van den dag, voordat het werkvolk van de haciënda San Vicente in het veld aan den arbeid IvHij demonstreerde: Je schijnt op geheimhoudStag gesteld? — Ik houd niet van gederangeerd te worden, dat is het.

Daarop hebben we elkaar beleefd gegroet In den vroegen morgenstond zal de gachupmo, zonder eenig verdacht, geheel alleen komen opdagen aan den zoom van het

woud Als men zijn ve.rdwijnfag bemerkt,

ben ik de Rïo Bravo del Norte overgestoken en galoppeer ik over het vrije grondgebied der Vereenigde Staten van" NóordAmerika.

In de verte zagen de jagers lichten schitteren. Men illumineert op de haciënda ter eere van den praalhans Scipio Massilia, zei Sullivan met boosaardigen grijns. Verheugt u, mijne vrienden, een verrassing wacht u weldra:

Joe Sullivan had zich niet vergist. Men vierde feest op de landhoeve, want Scipio was er ingehaald als de held van den dag. De dochters van den hacendado. Inez, Vera en Anina deelden in de algemeene geestdrift. Het geheele dienstpersoneel juichte

den vrijheidsheld toe en had triomfbogen opgericht om hem een feestelijke ontvangst te bereiden.

Scipio was op dit oogenblik gezeten aan den wel-voorzienen disch, waarop taflooze prachtige bloemen prijkten, en die a giorno met waskaarsen verlicht, een allervroolijkst aanzien had. Met echt zuidelijken gloed gaf de Marseillaan menige mop ten beste en was hij onuitputtelijk in avontuurlijke verhalen, die hij als evangeliewaarheden ophakte, zoodat het den schijn had alsof hij zelf eraan gelóófde. Onder deze was een kostelijk avontuur, dat wij den lezer niet mogen verzwijgen:

Ik leunde — begon hij — over de verschansing van de pakketboot, die mij van Algiers naar Marseille zou brengen. Daar komt een brutale windstoot, die mijn kostbaren Panama in zee slingert. Ik zeg tegen den kapitein: Strijk een sloep, asjeblieft! Maar de man, een Noordsche beer, weigert kortaf. Wat weten ook zulke lui van de waarde van Panamastroohoeden. van een die me driehonderd franken had gekost! Ik <

kijk even in zee en wat zie ik ik.

geef het u in tien, in honderd in honderdduizend keeren te raden Je komt er

niet achter een schelm van een bruin -

visch, zoo'n boer met zijn varkens, zooals Hoflandsche zeerobben zeggen, had ene waarachtig het koord van mijn hoed in zijn bek ,en den Panama zelf parmantig op één oor.... zoo zwom hij om de boot er mee rond, natuurlijk om me te treiteren— zoo'n schobbejak! Neen maar dat liep de spuigaten uit van mijn geduld Wacht jou,

salamander! riep ik hem toe. zet je riemen aan, want de loef steek ik ie af hoor! En hoep! Ik jomp overboord. Alle passagiers aan 't schreeuwen, dames vallen in zwijm, de heele boot in oproer. Maar ik hoorde en zag niets meer, want de bruinvisch, door al hef lawaai vreeselijk verschrikt, was naar de diepte geschoten, naar de onpeilbare diepte van de Middellandsche Zee— en ik zat hem achterna.

Ohé! zuohtten de Drie Gratiën met naïeve bewondering.

Wacht nu wacht even, riep de Marseillaan levendig dat beteekende niets.

De bruinvisch daalt, daalt een drieduizend meters, misschien nog wel dieper. Maar ik krijg hem toch eindelijk te pakken, en, om hem die grap voor goed af te leeren, onderwijl ik weer eigenaar Tverd van mijn hoed, met verlies van het koord, want dit knapte natuurlijk af. Een paar flinke btëlstoofen, zooals een kikkert doen kan, en ik was weer aan de oppervlakte van de golven. Terstond zette ik mijn hoed op, want ik ben zeer gevoelig voor kou vatten, en zocht naar de pakketboot. Verdwenen, weg was ie, maar, als een zwarte stip, zag ik hem toch aan den gezichteinder.

Men had u dus aan uw lot overgelaten? riep Inez.

Sluiten