Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sacrebleu! Ik heb toch niet gescheld! Dat weet ik, meneer, maar ik wilde vragen of, u iemand kunt ontvangen? Ontvangen, wien?

Hij noemt zich Bell en komt van het fort Davis. Hij zei, mijn naam zegt Mister Massilia niets, maar hij zal iemand willen spreken, die van het fort komt. Laat* maar binnenkomen. De nieuwsgierigheid van den Marseillaan was opgewekt. Wat zou die onbekende, van het "fort Davis komende, hem hebben mede te deelen? Wie was die Bell? Wie zond hem tot den gevangene van Coldjam?

Met bliksemsnelheid vloog hem dit alles door het brein, maar de deur ging open en de bezoeker stond op den drempel. Hu was een 'man van middelbare gestalte, met vierkante schouders. Zijn uiterlijk verried tnets van zijn maatschappelijke positie, maar een echte Yankee, dat bleek hij te zijn. Met een oogopslag maakte Massilia deze opmerking, maar hij had den vreemdeling te voren nooit gezien. Inderdaad was Bell, de kamerdienaar van Joe Sullivan, hem nog nooit onder de oogen gekomen. tl/ . .

Gentleman, zei Scipio, ga zitten. Wat is er van uw dienst?

Wij zijn hier alleen, niet waar? vraagde de vreemdeling. Scipio knikte toestemmend. Mijn naam is Bell. Ik ben opkooper van eutta-percha voor het huis Brading, Buiding en Co. te Dublin. Mijn zaken leidden me op een groote rondreis ook naar de Zuidelijke Staten der Groote Amerikaansche Unie. Uie streek is woest. Vandaar dat ik gastvrijheid op het fort Davis heb mogen genieten Maar alvorens ik met het doel van mijn bezoek Toor den draad kom, zult u mij veroorlooven u eene vraag te doen? , Wel zeker.... het zal er altijd van afhangen of ik ze kan beantwoorden.

Dat moedigt mij aan. Ik zal maar met de deur in huis vaHen: Is u van meening, Sir, dat iemand, die bij toeval achter een samenzweêring komt, waarbij menschenlevens op ketSf stean,'medeplichtige wordt, zoo hu ^^sdadige Plannen niet tracht te ver-

SdWet de loyauteit en rondheid van zijn karakter, aarzelde Scipido niet om te zeggen.

Dat spreekt vanzelf.

Bievo! zoo denk ik er ook over.

Maar nu, ter zake, want de tijd is kort. Waar is het om te doen?

Om niets meer en niets minder dan een laaghartige sluipmoord. .■■

Ik luister, Mr. Bell. Ik ben geheel oor

Daarvoor ben ik u dankbaar, Sir, want iK kan een steen van mijn hart wentelen, die me drukt als een centenaarslast. Maar ter zake dan:1'Ik logeerde in een vertrek, dat onmiddellijk grenst aan de zaal waarin de .Sommandant en zijn officieren krijgsraad

hf'fcïrpiö glimlachte. Ik ken de menschen en

de gelegenheid. Ik zelf ben de onwillige gast geweest van kapitein Hodge.

Ik zag een wapenrek aan den muur. Ik houd van v.spens, en nieuwsgierigheid dreef me aan, om een van die moordtuigen te onderzoeken. Onderwijl ik een geweer eraf neem — ik was daartoe op een stoel gaan staan — daar laat me een broksteen van den muur los, juist de steen, die gediend had, om in het gat den haak - te bevestigen voor een wapenschild in de Raadzaal naast mijn kamer. Toen zag ik me iets en hoorde niet

minder, in de

Raadzaai, wilt u zeggen, waar de gouverneur Forster, de fortcommandant Hadge en Joe Sullivan aan het samenzweren waren, is het niet zoo? riep Scipio met het air van iemand, die volkomen op de hoogte.is van den toestand, — op banale wijs gezegd: die er alles van weet. Maar, vervolgde hij, hadden ze Triets van het vallen van steen en kalk gehoord?

Neen, dat alles hield' ik van verbazing in de hand, toen ik hoorde zeggen: We moeten haar terugvinden, sterven moet ze, zij en haar trawanten! Scipio huiverde. Over wie spraken ze? Over de Mestiza Ik hoorde toen alles, een heel komplot: het congres van de Zuidelijken te Mexico, het gewaand onderzoek van een juweel Inca-Aztek, té Parijs gefabriceerd, zooals ze zeiden; ik hoorde uwen naam Scipio Massilia noemen, uw gevangenschap te Aurora, hier bij Majoor Coldjam. Ik wist dat de Mestiza met twee Canadeezen, jagers van-beroep, van San Vicente was vertrokken— „ . „ . Twee Canadeezen Francis Gairon en

Peter.

Bell aarzelde onmerkbaar, maar plotsólmï een besluit nemend: Ja, zei hij.

Ha! riep Scipio wanhopig. Ik begrijp ra> alles. Dat zijn de jagers dien ik het leven heb gespaard, stommerik die ik was.... De jagers staan in soldij van Sullivan, den vervloekten Yankee, door wien ik ben opgelicht. Ze zullen zich als gidsen hebben aangeboden en voeren de ongelukkige Dolora m den dood. , . .

Ik moet u opmerkzaam maken, dat de Mestiza buiten de jagers nog het gelende hééft van een Franschman, Krekel genaamd, 'van den hacendado Fabian Rosales en eer. Inddaansch escorte van tien Mayos, in het - geheel zestien personen. Het gebied yanjte Indianen, dat zij doortrekt, is m volslagen opstand, en de Roodhuiden zullen haar zeker vermoorden. ... „.

Massilia luisterde met wijd gespalkte oogen. De glimlach was van zijn hppen versnel) daarom gedacht, besloot Bell, dat u, die een vriend zijt der Mestiza, haar wellicht kunt waarschuwen, en daarom oen ut naar Aurora gekomen, om u mijne ontdekking mede te deelen. Ik heb mijn geweten

Sluiten