Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedreven om zich te wagen in de prairiën van het Indiaansch territoir. Van het station Kansas-city heb ik hem getelegrafeerd. Bij aankomst van den trein zal een geëmpIoieerde ons wachten met de paarden, zoodat we altijd een voorsprong hebben op dien gekken Marseillaan vooral als hij zich niet van paarden voorziet.

Dat is Joe Sullivan! fluisterde Scipio zijn makker in het oor. Joe Sullivan, de ellendeling, die hem te Mexico had Uitgedaagd, dien hij te Aquascalientes had gewond en het leven gespaard, die hem te San Vicente had opgelicht en in het fort Davis geïnterneerd. O, hij zou de gordijnen van elkaar hebben gerukt en op den Yankee zijn aangevlogen, als Marius hem niet had tegengehouden en met den vinger op den mond het stilzwijgen opgelegd.

Maar zeg eens, Bell, heb je zooeven niet iets géhoord? hernam de Yankee. Me dankt

Niets, patroon. Hoor me.dat snurken eens aan. Onze reisgenooten denken niet aan ons. En al zoüen ze ook wakker zijn, dan kunnen ze door het gerommel van de spoorwielen toch niets hooren.

Had die belachelijke Marseillaan ons te Chapultepec maar 'het leven niet gered; waren Francis Gairon en Peter niet door zoo'n dwaas eergevoel gedreven, om hem niet ufit den weg te ruimen een paar geweerschoten van die flinke jagers zouden den kampioen en Dolora bet licht hebben uitgeblazen, en wij waren tot zulk een gewaagde expeditie niet gedwongen.

Een gevoel van schrik doorhuiverde Scipio en diens reisgenoot. Het bloeddorstig plan van den Yankee deed hen van verbazing verslommen. Zoo stonden dus de Canadeezen Francis en Peter in soldij van Sullivan. De mannen, wier leven hij had behouden, werden betaald door den Amerikaan, en bedreigden het zijne!

En hij, een Marseillaan, had zich zoo laten beet nemen. Hij'.had onvoorwaardelijk vertrouwen gesteld in de loyauteit van Peter en Gairon — en dat vertrouwen zag hij aldus beschaamd!

In deze overpeinzingen ■werd hij gestoord door een gezegde van Joe Sullivan:

En waar zitten nu die vlegels van jagers? Nu we niets meer van hen hooren, heeft de Mestiza bepaald hun dubbelzinnig plan ontdekt

... .En zijn ze misschien al dood, vulde Bell aan.

Die veronderstelling wentelde een steen van Scipio's hart. Wel zeker — dacht hij — de verraders zijn ontmaskerd. Immers — zoo dit niet het geval ware — zouden al de vijanden der zaak van het Zuiden het spoor van Dolora zijn gevolgd.

Hij gaf Marius een teeken, en met dezelfde omzichtigheid waarmede ze waren gekomen, slopen ze onmerkbaar naar het balcon van JiHn compartiment.

iHoor eens, zei Marius, je hebt gehoord, dat onze tegenstanders zich van paarden hebben voorzien en dus veel — laat ik maar zeggen alles — op ons, die te voet znh, j vooruit hebben. Het omgekeerde zou vrij wat beter zijn.

Zoo denk ik er ook over, patroon. Maar...

In welken strijd ook, vriend, 'komt het

er voornamelijk op aan de positie om te Tceeren. Luister eens. Wat zou je 'r van denken, als we bij aankomst te Oklahoma terstond den man zien te vinden, die aan de twee Amerikanen de rossen levert. Hij kent den afzender van het telegram toch niét persoonlijk. Niets gemakkelijker dus dan dien kerel tweehonderd dollars in de hand te stoppen, hem in het oor te blazen: „Joe Snllivan, hoofdcommissaris van de grtftspolitie'' — zie je, dan komt alles terecht — wij zijn de ruiters, en de voetknechten zijn Joe Sutiivan en Bell. Begrepen?

Marius krabde zich achter zijn gehoororganen, wat bij hem altijd een bewijs was van diep nadenken.

Mijnheer spreekt als een boek, zei de gedienstige; maar ik mag wel zoo vrij zijn een tegenwerping te maken?

Ja en?

De heeren, die u zoo behendig denkt van hun- eigendom te ontlasten, zullen er geen genoegen to nemen.

Je praat als twee kranten, mijn brave. De knoop ligt 'm daarin, dat we Sullivan buiten staat moeten stellen zich tegen een verwisseling van cavalleristen te verzetten.

Meneer wfil dus een duel uitlokken?

Och, wel neen, mijn beste. De kwaftteit van den Yankee zou in zoo'n geval ofts de politie op den hals halen. Een chef van de Hermandad, die bovendien agenten hier op den trein heeft, gaat maar niet zoo klakkeloos een tweegevecht aan.

Verschööning, meneer, maar ik zie nog niet in

Wacht even Je bent ongedaldig als

een baviaan, men zou zeggen, dat de zon ie hersens heeft gebraden. Als Sullivan te Oklahoma afstapt, dan hebben we dien zoetwaterhaai, dien krokodil op het lijf, en hij zal ons onze paarden betwisten. Snap je dit?

Onthutst haalde Marius de schouders op.

Sappristie! Je vader was toch van Marseille, zei je. Jongens, wat ■draalt men totih, als men ver verwijderd van de mondingen der Rhöne zijn leven slijt! Nu, je zult je vorming wel krijgen, als we wat langer met elkaar omgaan. Ik zal me duidelijker uitdrukken: Sullivan mag te Oklahoma flen trein niet verlaten; doet-ie dat niet, dan kan hij ons, ter plaatse waar de paardenkoopman is, niet hinderen. Vat ie 't nu?

Ik geloof ja.

Zoo. De voorzichtigheid gebiedt me evenwel, hem geen kwetsuur toe te brengen.

O dat heb ik terstond ingezien.

Nu, waar denk je dan, dat ik heen wfl? Kun je dat raden?

Sluiten