Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

len, bij benadering, een lichte rookkolom zichtbaar was, die, door een zwakken westenwind aangewakkerd, in schuinsche richting zich ten hemel verhief.

Een vuurtje? vraagde de Marseillaan.

Door Europeanen, of liever Westersche blanken, aangestoken. De Roodhuiden halen dergelijke grappen nooit uit op de vlakte. Ze weten, dat ze daardoor van verre hunne aanwezigheid zouden verraden.

Waarom daaruit afleiden, dat het onze vijanden zijn?

Omdat'die lui daarginds, evenals wij, van Oklahoma komen. De trein is wel weer naar het station teruggestoomd. Sir Sullivan zal naar zijn paarden hebben gezocht Meneer make zelf maar de gevolgtrekking.

De redeneering hield steek. Naar alle waarschijnlijkheid hadden Sullivan en Bell het vuurtje aangestookt. Scipio drong niet verder aan. De tijd voor verklaringen was niet geschikt. Hij haastte zich de paarden op te tuigen.

Marius had intusschen zijn navaja (hartsvanger) getrokken, maaide een gedeelte gras af en stak dit in brand. Haastig liep hij naar zijn patroon, die inmiddels met de paarden gereed was gekomen.

In den zadel, meneer, en in rechte lijn voortgaloppeeren, zoodat de boomen altijd tusschen ons en het kampement önzer tegenstanders blijven.

Maar wat beduidt die aardigheid van ook een vuurtje aan te steken?

Ik heb de prairie in brand gestoken, omdat bij dezen gunstigen wind binnen tien minuten een vuurzee zich als hinderpaal zal verheffen tusschen onze vervolgers, die voor den brand moeten vluchten. En zoodra ze hun marsch weer kunnen hervatten, zul-' len wij niet een twee of drie uren, maa'r een gaflschen dag op hen vooruit hebben. Men Vindt geen menschen zoo gemakkelijk terug, die vierentwintig uren tijd hadden om hun spoor te doen verliezen.

Met ongelooflijke snelheid galoppeerden de paarden over de vlakte. Hun hoeven schenen den grond nauwelijks te raken. Na een half uurs rit hield Marius zijn paard staande:

Als meneer me wil eelooven. kunnen w»

nu wel wat langzamer rijden. Mr. Sullivan zal ons niet meer inhalen.

Scipio zag om en kon een uitroep van verbazing niet inhouden. Een vuurzee sloot de prairie tot aan den gezichtseinder af.

Dat is wei heel mooi, Marius, zei hij, maar ze zullen er toch door komen.

Hoe zou dat kunnen? vraagde de Texasser ongeloovig.

Ik heb fn reisverhalen gelezen, dat met het maaien van een ronde ruimte en het gras buiten den kring te gooien, het vuur zich beperkt tot den ontblooten cirkel.

Dat denken die heeren boekenschrijvers, zei Marius op sportenden toon. Wie zoo iets doet, zou gerookt worden in plaats van ge¬

roosterd en waarschijnlijk toch nog verbranu den. Om dit ongeluk te ontkomen, zou men een omtrek van verscheidene honderden meters in doorsnede moeten hebben.... een halven dag werk, terwijl het vuur, al naar de kracht van den wind, voortwoedt met de snelheid van een paard in draf of galop.

Men zou dus geen tijd hebben, wil je zeggen?

Neen, bepaald niet. En meneer kan er zelfs zeker van zijn, ondersteld al, dat men een tamelijk ruimen cirkel kan maaien, dat men er niet levend uitkomt. De vreeselijke rook, door zoo'n vuurgloed veroorzaakt, zou de ongelukkigen doen stikken, die hun vertrouwen op zulke boekenwijsheid hadden gesteld. Het eenige, wat hem te doen staat, is te vluchten totdat men een rotsachtige Plaats vindt of wel de bedding van een rivier, de twee eenige hinderpalen voor het vuur om verder om zich heen te kunnen grijpen.

En van toon veranderend: We zullen nu goed doen, meneer, met onze richting naar het Noorden te nemen. Dien koers uitgaande, bereiken we de Canadeesche rivier.

De mannen wendden den teugel. Qrootsch was het schouwspel, dat zich aan hun blikken vertoonde. Een onmetelijke vlammenzee, rook en vuur, teekenden den oostelijken horizon af, waarop de ondergaande zon grillige lichteffecten teweeg bracht.

Moreen zal een ncrfhramiit Ho „laV*o *.«

dekken, zei de Texasser. De dagbladen zullen dan wéér verkonden, dat door de groote hitte van dè atmosfeer het prairiegras vanzelf is ontbrand. Geloof er niet aan, meneer, al staat het ook gedrukt. Het vuur wordt in dit geval altijd door den mensen aangestoken.

Veertien dagen Hang vervolgden de ruiters hun weg Ze hadden den oever bereikt der Canadeesche rivier, zonder dat eenig incident zich had voorgedaan. Geen menschelijk wezen was hun in den weg getreden, — de streek scheen geheel van inwoners ontbloot, geen spoor zelfs duidde aan, dat hier menschen hadden vertoefd.

Vreemd, zei Marius. We doorloopen het gebied der Seminol-Indianen. Hoe zijn ze ertoe gekomen hun landstreek te verlaten?

Op den zestienden dag hunner reis zagen ze hutten bij den oever der rivier.

De Seminolen zijn geen plunderaars, zei de ' Texasser. We gaan recht op hun dorp af; ze zullen ons vriendschappelijk behandelen.

Maar tot zijn groote verbazing kwam geen enkele krijger op hun nadering te voorschijn. Niets verroerde zich.

Dit dorp schijnt verlaten, zei Scipio.

Ze zullen krijg voeren met een anderen stam, of misschien zijn ze ook op -jacht. We zullen maar in een hut gaan slapen, dat komt ons beter te stade dan onder den blooten hemel. Maar toch begrijp ik niets van deze eenzaamheid. Zelfs geen vrouw of kind

Sluiten